Kiezen voor groen
Hoe duurzame software leidt tot duurzame hardware
Table of contents
Over dit handboek
Auteurs
De tekst van deze versie van het handboek is door Joseph P. De Veaugh-Geiss geschreven en samengesteld op basis van diverse bronnen. Annie Musgrove heeft de tekst volgens de redactionele richtlijnen van KDE Eco geredigeerd. Anita Sengupta en Arwin Neil Baichoo hebben het boek en de website prachtig vormgegeven.
Erkenningen
Een algemene dank aan de vele bijdragers aan het KDE Eco-initiatief, het Opt Green-project en de End Of 10-campagne. Een onvolledige lijst (in alfabetische volgorde): Aaron Wey, Albert Astals Cid, Bernard Sadaka, Bettina Louis, Carl Schwan, Carolina Silva Rodé, Christopher Waldon, Finnjan Hofmann, Geoffrey Teale, Harald Reingruber, Jannick Kremer, de KDE-ontwikkelingsgemeenschap, de KDE-vertaalteams, Lydia Pintscher, Nico Düsing, Nicole Teale, Øjvind Fritjof Arnfred, Susanne Rabler, Tobias Bernard, en, last but not least, de talloze mensen over de hele wereld die nieuwe gebruikers helpen met vrije en open-source-software. Jullie zijn allemaal een inspiratiebron.
Mensen die willen bijdragen aan KDE Eco worden aangemoedigd om lid te worden van deMatrix-room. Bijdragersworden ook uitgenodigd om deel te nemen aan een van de KDE Eco-sprints en aan fysieke of onlinebijeenkomsten. Lees meer op onze website.
Het Opt Green-project heeft geprofiteerd van talrijke verhelderende discussies die plaatsvonden tijdens de volgende conferenties, workshops, bijeenkomsten en festivals: Akademy, Anstiftung, Chaos Communication Congress, ecoCompute, FOSDEM, FOSS Meetup Delhi, Jahrestagung der Gesellschaft für Informatik, KDE India Conference, Linux App Summit, Lucknow FOSS, Repair Café-workshops in Hannover, Neurenberg en Dessau, SFSCon, Umweltfestival en Weltveränderer. Hartelijk dank!
Geen generatieve AI of LLM's
Er is in geen enkel stadium van de voorbereiding of het schrijven van dit handboek gebruikgemaakt van generatieve AI of LLM’s, ondanks wat het veelvuldige gebruik van [em-dashes] (https://www.nytimes.com/2025/09/18/magazine/chatgpt-dash-hyphen-writing- communication.html) anders zou kunnen doen vermoeden.
Een toelichting op de bronnen
Een deel van de tekst in deel I en II is overgenomen uit het KDE Eco-handboek “Toepassing van de Blue Angel-criteria op vrije software”, gepubliceerd onder een Creative Commons Attribution-ShareAlike 4.0 International (CC-BY-SA-4.0) licentie.
Deel III is samengesteld op basis van de volgende teksten van de Linux User Group Villingen-Schwenningen en het Repair-Café Hilpoltstein:
Wikipedia bevatte verwijzingen naar verschillende teksten die hier zijn opgenomen. Hartelijk dank aan de Commons-gemeenschap voor het beschikbaar stellen van zulke uitstekende bronnen voor ons allemaal.
Licentie
Tenzij anders aangegeven, valt alle inhoud onder de Creative Commons Attribution-ShareAlike 4.0 International (CC-BY-SA-4.0) licentie. Voor meer informatie over licenties bij KDE, zie het licentiebeleid van KDE.
Introductie: Waar gaat dit over?
Dit handboek geeft een kort overzicht van de milieuschade veroorzaakt door software en hoe vrije en open source software (FOSS) een oplossing biedt.
Op dit punt vraag je je misschien af: wat heeft duurzaamheid met software te maken? Hoe kan iets dat zo immaterieel lijkt als software een ecologische voetafdruk hebben? Simpel gezegd: computers en andere apparaten belanden op stortplaatsen omdat ze door softwareontwikkelingen verouderd raken—ook al zijn dergelijke ontwikkelingen in sommige gevallen niet nodig.
In dit boek, gaan we een uitgebreidere blik werpen op hoe software, en de hardware die het draait, bijdraagt aan de klimaatcrisis en wat u vandaag hieraan kunt doen in uw gemeenschap. Dit boek is opgedeeld in drie voornaamste delen:
- Deel I: De milieu-impact van software
- Deel II: Digitale duurzaamheid
- Deel III: Apparaten upgraden met FOSS
Terwijl Deel I ingaat op het waarom en Deel II op het wat, gaat Deel III in op het hoe door te onderzoeken waar je rekening mee moet houden wanneer je anderen helpt bij het upgraden van hun hardware met vrije en open-source software. Op deze manier kunnen jij en anderen apparaten blijven gebruiken tot het einde van de levensduur van de hardware, in plaats van werkende computers weg te gooien wanneer de softwareondersteuning stopt. Deel III is geen stapsgewijze technische handleiding, maar eerder een overzicht van wat volgens ons nuttig is om aan de slag te gaan, met tips over hoe je bronnen kunt vinden voor meer informatie.
De doelgroep voor deel I en II bestaat uit iedereen die begaan is met het milieu en de rol die software speelt in digitale duurzaamheid. Deel III is specifieker en praktischer. De doelgroep voor dit deel bestaat uit mensen die e-afval willen helpen voorkomen en computers waarvoor geen ondersteuning meer wordt geboden willen ‘repareren’ door ze te upgraden met FOSS. Hieronder vallen vrijwilligers in Repair Cafés, milieuorganisaties en andere reparatie-initiatieven, evenals mensen die helpen bij evenementen zoals End of 10 en Digital Independence Day, Linux Install Parties, CryptoParties, enzovoort.
Laten we beginnen!
Deel I: De milieu-impact van software
Voordat we dieper ingaan op de klimaatimpact van software, overweeg eens hoe u deze zin zou afmaken:
Het meest milieuvriendelijke apparaat is …
Denk er even over na.
Houdt dit antwoord in gedachten—we zullen hier binnenkort op terugkomen.
Digitale technologie heeft een revolutie teweeggebracht in onze manier van leven en wordt vaak geprezen omdat ze niet alleen gemak, maar ook efficiëntie in ons dagelijks leven brengt. Bedrijven hebben digitalisering ingezet voor de efficiënte distributie van allerlei soorten consumptiegoederen en de dematerialisatie van alledaagse producten. Afgedrukte concert- of reistickets zijn niet langer nodig, omdat ze kunnen worden gedownload en op de telefoon kunnen worden getoond. Foto’s worden niet meer verzameld in overvolle schoenendozen, maar op een tablet of computer. Duizenden films en televisieseries worden gestreamd op laptops, waardoor filmcollecties tot het verleden behoren. In veelgevallen wordt één apparaat, een smartphone, gebruikt voor al het bovenstaande – en nog veel, veel meer. Die fysieke voorwerpen vormden ooit een belangrijk onderdeel van ons dagelijks leven, maar vandaag de dag zijn ze simpelweg niet meer nodig, aangezien ze nu bijna uitsluitend in digitale vorm op onze apparaten bestaan.
Gezien alle manieren waarop digitalisering onze levens makkelijker en efficiënter heeft gemaakt, zou het lijken alsof deze technologische ontwikkelingen ook minder materieel zijn en minder verspillend zijn, maar is dat wel zo?
Kort antwoord: nee. Het internet en de computers die we gebruiken om er verbinding mee te maken, vereisen fysieke infrastructuur. Dit omvat de winning van grondstoffen voor de productie, de fabrieken waar de apparaten worden gemaakt, en de intercontinentale netwerken die wereldwijde communicatie mogelijk maken. Dit alles vereist energie en hulpbronnen. Veel energie en grondstoffen. Bovendien belandt hardware die als verouderd wordt beschouwd ofwel in afvalverwerkingscentra voor afvalverwerking aan het einde van de levensduur, ofwel op stortplaatsen als afval dat giftig is voor zowel mensen als het milieu. Vervolgens worden er nieuwe apparaten geproduceerd en vervoerd om ze te vervangen. Maar zijn die “oude” apparaten echt verouderd als ze nog werken? Wat heeft ze precies tot e-afval gemaakt? In veel gevallen is het de software die de levensduur van digitale infrastructuur bepaalt. Niet alleen dat, software bepaalt ook het energie- en grondstoffenverbruik van een apparaat terwijl je het nog gebruikt.

In dit handboek wordt nader ingegaan op enkele manieren waarop digitale technologie bijdraagt aan milieuschade en de klimaatcrisis. Voor alle duidelijkheid:dit handboek is niet tegen technologie gericht. Ongetwijfeld heeft digitalisering het leven van ontelbare mensen op talloze manieren verbeterd. Maar de ecologische gevolgen van digitale technologie dwingen ons om dieper na te denken over de manieren waarop we deze gebruiken en hoe we er duurzamer mee om kunnen gaan. Het goede nieuws is dat gebruikers door hun keuzes op het gebied van software onmiddellijk en aanzienlijke invloed kunnen uitoefenen op veel van de kwesties die in dit handboek aan de orde komen.
Om een probleem echter effectief aan te pakken, moeten we het eerst goed begrijpen. Laten we daarom eens bekijken wat er precies wordt bedoeld met de digitale ecologische voetafdruk en welke rol de software die we dagelijks gebruiken daarbij speelt.
Materiële voetafdruk van digitale technologie
Digitale technologie wordt vaak (en ten onrechte) geassocieerd met het immateriële. Maar digitalisering heeft een zeer reëel, zeer materieel aspect, dat niet alleen onze fysieke apparaten zoals smartphones en laptops omvat, maar ook de verwerkingsfabrieken voor de gedolven metalen die nodig zijn om ze te laten functioneren, containerschepen die in massa geproduceerde hardware vervoeren, en kabels en datacenters die deze apparaten verbinden met wereldwijde netwerken.
We gebruiken meer digitale apparaten dan ooit tevoren. Het aantal apparaten met internetverbinding, waaronder laptops en smartphones, maar ook smart-tv’s, thuisassistenten en andere Internet of Things (IoT)-apparaten, neemt toe.Wereldwijd is het gebruik van smartphones snel toegenomen, evenals de vraag naar grondstoffen die nodig zijn voor de productie van nieuwe en steeds krachtigere apparaten. De productie van deze apparaten, inclusief de winning van de zeldzame aardmetalen die nodig zijn om ze te laten functioneren, en het transport, het gebruik en de uiteindelijke verwijdering ervan hebben allemaal een impact op het milieu.

In feite is de milieu-impact van de sector als geheel, met name wat betreft de CO2-uitstoot, momenteel vergelijkbaar met die van de luchtvaartsector.De Association of Computing Machinery (ACM), de oudste wetenschappelijke en educatieve vereniging op het gebied van informatica ter wereld, heeft in 2021 een rapport van de Technology Policy Council gepubliceerd met de titel "Computing And Climate Change". De schattingen in het rapport zijn verbluffend. De sector Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) draagt naar schatting jaarlijks tussen 1,8 en 3,9% bij aan de wereldwijde CO2-uitstoot. De wereldwijde luchtvaartsector komt uit op 2,5%. Het ACM-rapport waarschuwt dat, als er niets verandert, de CO2-uitstoot van de ICT-sector tegen 2050 zal stijgen tot meer dan 30% van alle uitstoot wereldwijd. In hun conclusies erkennen de auteurs een inherente tegenstrijdigheid van digitalisering: digitale technologie „kan helpen klimaatverandering te beperken”, maar „moet eerst ophouden eraan bij te dragen”.
Om de bijdrage van digitale technologie aan milieuschade in te schatten, is het noodzakelijk om rekening te houden met de volledige levenscyclus ervan. Dit omvat de kosten van de productie en het transport van digitale apparaten (van en naar de winkel, maar ook naar de stortplaats), de kosten van het gebruik ervan en de kosten voor het herstellen van milieuschade veroorzaakt door e-afval. Dit geldt met name wanneer we kijken naar de totale CO2-voetafdruk van onze digitale technologieën,aangezien in sommige gevallen alleen al de productie van een apparaat meer broeikasgasemissies veroorzaakt dan het gebruik ervan gedurende de gehele levensduur! Houd dat even in gedachten, want onze verkenning van de levenscyclus van een apparaat begint eigenlijk bij het einde ervan, wanneer het e-afval wordt. Zodra we een rondleiding hebben gehad langs de stortplaatsen en schroothoop, zullen we de milieu-impact van de productie van hardware en het gebruik van apparaten onderzoeken.

Een “Tsunami aan e-waste”
Met een hoogte van zeven meter is de „WEEE Man” een reus. Het beeld, dat zijn naam ontleent aan de richtlijn inzake afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (WEEE) uit 2003, waarin doelstellingen voor de inzameling, recycling en terugwinning van e-afval in de EU zijn vastgelegd,1 is vervaardigd uit 3,3 ton elektrisch afval. Dit is de gemiddelde hoeveelheid elektrisch afval die één inwoner van het Verenigd Koninkrijk tijdens één leven produceert.
In 2015, toen e-afval hard op weg was om de „snelst groeiende afvalstroom ter wereld te worden", waarschuwde Achim Steiner, toenmalig uitvoerend directeur van het Milieuprogramma van de VN, voor een "tsunami van e-afval die over de wereld zou rollen".De cijfers zijn overweldigend. In 2022 zal naar schatting 62 miljard kilogram aan e-afval geproduceerd, bijna het dubbele van de hoeveelheid in 2010, volgens een rapport van het VN-Instituut voor Opleiding en Onderzoek (UNITAR) en de Internationale Telecommunicatie-Unie (ITU). Om dat cijfer in perspectief te plaatsen: 62 miljard kilogram zou 1,55 miljoen vrachtwagens van 40 ton vullen die bumper aan bumper rond de evenaar van de aarde zouden staan. Dat is 40.075 kilometer aan e-afval. In één jaar!

De cijfers blijven stijgen. Volgens hetzelfde rapport neemt de hoeveelheid e-afval elk jaar met ongeveer 2,3 miljard kilogram toe—en we liggen op koers om tegen het jaar 2030 82 miljard kilogram te produceren. Erger nog: minder dan 20 procent van het e-afval wordt ingezameld en gerecycled. Hoewel het slechts 2% van het afval op stortplaatsen, is het verantwoordelijk voor bijna 70% van het giftige afval dat daar wordt aangetroffen. Het WEEE Forum waarschuwt: "Momenteel groeit de hoeveelheid e-afval vijf keer sneller dan de officiële inzamelingspercentages voor recycling sinds 2010". In 2024 zal ongeveer 18% van het e-afval afkomstig zijn van pc’s, printers, mobiele telefoons, routers, GPS-apparaten en telefoons, evenals schermen en monitoren. De rest bestaat onder meer uit videocamera’s, speelgoed, magnetrons en e-sigaretten (samen aangeduid als „kleine apparatuur”); wasmachines,vaatwassers, grote printers en kopieerapparaten (samen aangeduid als „grote apparatuur”); en onder andere fotovoltaïsche panelen.
Van al deze apparaten is elektronisch afval uit de computertechniek bijzonder schadelijk. Onderdelen van elektronisch afval, zoals CPU’s, bevatten potentieel schadelijke stoffen zoals lood, cadmium, beryllium of broomhoudende vlamvertragers. Als gevolg hiervan kan de verwerking ervan aan het einde van de levensduur aanzienlijke risico’s inhouden voor de gezondheid van werknemers en hun gemeenschappen. Bovendien zetten schrootverzamelaars hun gezondheid op het spel voor de afgedankte edelmetalen in laptops en smartphones “verrijkt met lood, kwik of andere giftige stoffen”. Het proces van het demonteren en verwijderen van e-afval heeft al geleid tot een aantal milieueffecten in ontwikkelingslanden. Vloeibare en atmosferische emissies komen terecht in waterlichamen, grondwater, bodem en lucht—en daarmee ook in land- en zeedieren, in gewassen die zowel door dieren als mensen worden gegeten, en in drinkwater.
Dit handboek richt zich voornamelijk op desktopcomputers en laptops, maar de onderwerpen die hier aan bod komen, hebben betrekking op elk apparaat dat software nodig heeft om te functioneren. Dit omvat in toenemende mate, nou ja, vrijwel alles. Zoals Bruce Schneier, technologisch expert op het gebied van het algemeen belang, schrijft: „We hebben niet langer dingen waarin computers zijn ingebouwd. We hebben computers waaraan dingen zijn gekoppeld.” Schneier vervolgt (nadruk toegevoegd):
Uw moderne koelkast is een computer die dingen koud houdt. Uw oven is op dezelfde manier een computer die dingen warm maakt. Een geldautomaat is een computer met geld erin. Uw auto is niet langer een mechanisch apparaat met een paar computers erin; het is een computer met vier wielen en een motor. Eigenlijk is het een gedistribueerd systeem van meer dan 100 computers met vier wielen en een motor. En natuurlijk zijn de telefoons in 2007, toen de iPhone werd geïntroduceerd, volwaardige computers voor algemeen gebruik geworden.
We dragen computers: fitnesstrackers en medische apparaten met computerfunctionaliteit—en natuurlijk hebben we onze smartphones overal bij ons. Onze huizen zijn uitgerust met slimme thermostaten, slimme apparaten, slimme deursloten en zelfs slimme lampen. […] Steden beginnen slimme sensoren in te bouwen in wegen, straatlantaarns en trottoirs, evenals slimme energienetwerken en slimme vervoersnetwerken. Een kerncentrale is in feite gewoon een computer die elektriciteit opwekt, en—net als al het andere dat we zojuist hebben opgesomd—is deze aangesloten op het internet.
Al deze geautomatiseerde apparaten zijn verbonden met het internet, veel ervan verzamelen gegevens over u—en, wat cruciaal is, ze hebben allemaal software nodig om te kunnen werken.
Opgelopen schade—nog voordat een apparaat ooit wordt gebruikt
Laten we nu eens kijken naar het begin van de levenscyclus, namelijk wanneer het apparaat wordt geproduceerd. Wanneer een nog werkend apparaat op de stortplaats belandt, gaan alle energiekosten en ingebedde emissies mee. Wat zijn ingebedde emissies en hoe verschillen deze van gebruiksemissies? Ingebedde emissies verwijzen naar de koolstofvoetafdruk die nodig is om het apparaat te produceren en te vervoeren, lang voordat het ooit in handen van een gebruiker kwam. Gebruiksemissies daarentegen zijn de CO2-emissies die, u raadt het al, vrijkomen bij het daadwerkelijke gebruik van het apparaat. In de meeste gevallen staan de koolstofemissies van de productie in geen verhouding tot die van het gebruik.

2-uitstootpercentages van drie apparaten. De veronderstelde levensduur bedraagt 4 jaar voor de laptop en de desktop, en 6 jaar voor de monitor. Gegevensbronnen zijn Dell Product Carbon Footprint (PCF)-documenten voor een voorbeeld laptop, desktop en monitor (aangepaste afbeelding van Scott Logic, gepubliceerd onder een CC-BY-SA-4.0 licentie).
De ingebedde koolstof is van cruciaal belang bij het beoordelen van de koolstofvoetafdruk van onze apparaten. Laten we eens kijken naar drie veelgebruikte apparaten voor eindgebruikers: laptops, desktopcomputers en monitoren. Wanneer we de uitstoot tijdens het gebruik vergelijken met de ingebouwde koolstofuitstoot (Figuur 5), blijkt dat de productie alleen al goed is voor 50-80% van de totale uitstoot gedurende de gehele levensduur van deze apparaten. In een rapport uit 2012 van het Duitse Milieuagentschap schat dat men, vanuit milieuoogpunt, een laptop decennia lang zou moeten gebruiken voordat de efficiëntiewinst van nieuw geproduceerde apparaten de aanschaf ervan zou rechtvaardigen. In het rapport staat (nadruk toegevoegd):
[D]e milieueffecten van de productiefase van een notebook zijn zo groot dat ze niet binnen realistische tijdsbestekken kunnen worden gecompenseerd door verbeteringen in energie-efficiëntie tijdens de gebruiksfase. Als de energie-efficiëntie van een nieuwe laptop met 10% toeneemt ten opzichte van een oudere, kan de vervanging van de oudere laptop, rekening houdend met milieuoverwegingen, pas na 33 tot 89 jaar worden gerechtvaardigd.
Gezien het probleem van elektronisch afval en de ingebouwde koolstof van apparaten voor eindgebruikers, laten we terugkeren naar de zin waarmee dit hoofdstuk begon. Hoe heb je deze zin afgemaakt: „Het meest milieuvriendelijke apparaat is …“?
Ons antwoord: Het meest milieuvriendelijke apparaat is diegene die u al bezit!

Laten we nu overwegen hoe software de vraag naar hardware verhoogt, net als waarom we apparaten vaak weggooien terwijl ze nog werken om nieuwe te kopen. Daarvoor moeten we naar de software kijken.
Hardware, maak kennis met software
Laten we ons nu keren naar het midden van de levenscyclus van een apparaat, dat is, het aantal jaren dat u uw computer gebruikt.
Software-engineering speelt een belangrijke maar vaak onzichtbare rol bij het bepalen van onze digitale consumptiepatronen. Vaak zijn er economische—en geen technologische—redenen die hieraan ten grondslag liggen. In feite moedigen fabrikanten consumenten vaak aan om onnodig nieuwe apparaten aan te schaffen; ze kunnen dit zelfs via het softwareontwerp afdwingen. De nieuwste, populairste versie die gebruikers wordt aangeraden te kopen—vaak met nieuwe, rekenintensieve functies zoals generatieve AI, gepaard gaande met meer datamining en geïntegreerde advertenties—kan ervoor zorgen dat minder krachtige maar nog goed functionerende apparaten direct worden afgeschreven. Gebruikers kunnen hier weinig aan doen wanneer de softwarelicentie aanpassingen door de gebruiker verbiedt. Zoals de criteria voor de Blue Angel-prijs voor de ecocertificering van software stellen: „[…]de sleutel tot het verhogen van de energie-efficiëntie en het beschermen van natuurlijke hulpbronnen ligt niet bij de hardware, maar vooral bij de software”.
Om het energieverbruik van een apparaat te begrijpen en hoe software hier invloed op heeft, gaat we in op drie aspecten:
- Vraag — Software bepaalt energieverbruik en minimale systeemvereisten.
- Afhankelijkheden — Software kan afhankelijkheden aan externe diensten en bedrijven vastleggen.
- Levensduur — Software is verantwoordelijk voor hoe lang apparaten (veilig) in gebruik kunnen blijven.
Hardware-eisen
Software verbruikt energie. Ongewenste softwarecomponenten leiden tot inefficiëntie en verhogen de eisen aan de hardware doordat ze geheugen in beslag nemen, rekenkracht verspillen, opslagruimte verbruiken en vertragingen veroorzaken bij het opstarten en afsluiten van het systeem. Erger nog, feature creep en andere vormen van bloatware verhogen het energieverbruik en maken minder krachtige hardware onbruikbaar (in deel II zullen we nader ingaan op voorbeelden van inefficiënte softwarecode). Overweeg het volgende, wederom uit de criteria voor de Blue Angel-prijs: "Resource- en energie-efficiënte softwareproducten":
De rekenkracht is sinds 1970 ongeveer om de twee jaar verdubbeld. Dit betekent dat functies twee keer zo snel worden verwerkt en er dus minder energie nodig is voor dezelfde functies. Een vergelijkbare verbetering in efficiëntie is niet waarneembaar op het gebied van software. […] De beschikbaarheid van steeds krachtigere hardware heeft ertoe geleid dat software van versie tot versie steeds omvangrijker is geworden, waardoor er meer middelen nodig zijn voor slechts een minimale of zelfs geen verbetering van de functionaliteit.
Bovendien zorgen datamining, reclame, tracking door derden en gepersonaliseerde algoritmen die de betrokkenheid maximaliseren er allemaal voor dat het energieverbruik van de software die we gebruiken toeneemt, zowel op het apparaat van de gebruiker als in de cloud. In een rapport uit 2021 met de titel "Carbon footprint of unwanted data-use by smartphones: An analysis for the EU" hebben onderzoekers in de EU de milieukosten geschat van tracking en advertenties waarvoor gebruikers zich niet kunnen afmelden. De koolstofvoetafdruk van dit „ongewenste dataverbruik“ door smartphones bedraagt alleen al in de EU tussen de 3 en 8 miljoen ton CO2 per jaar, „gelijk aan de koolstofvoetafdruk van tussen de 370 en 950 duizend EU-burgers“. In het ergste geval komt dit ruwweg overeen met de jaarlijkse koolstofvoetafdruk van een stad in de Europese Unie, zoals Turijn of Lissabon. Het rapport wijst erop dat ongeveer 60% van de Europese smartphonegebruikers aangeeft dat ze zich zouden afmelden voor tracking en advertenties zouden blokkeren wanneer dat mogelijk is. Dat is ontzettend veel CO2 voor iets wat de meeste gebruikers niet eens willen!
Ondertussen zorgen systemen die zijn uitgerust met Large Language Models en andere vormen van generatieve AI niet alleen voor hogere eisen aan de hardware en een hoger energieverbruik, zowel lokaal als op afstand, maar ook voor een hoger waterverbruik. Voorlopig is het misschien nog wel mogelijk om de geïntegreerde generatieve AI-functionaliteit uit te schakelen, maar het is niet eenvoudig—en het uitschakelen van deze tools is in de toekomst wellicht niet meer mogelijk. Aan de achterkant vereist het trainen en implementeren van generatieve AI-modellen een duizelingwekkende hoeveelheid elektriciteit vergen. Dit zet het elektriciteitsnet onder druk en [verhoogt de elektriciteitsrekeningen](https://www.nytimes.com/2025/08/ 14/business/energy-environment/ai-data-centers-electricity-costs.html) in gebieden in de buurt van de datacenters, terwijl er behoefte is aan nieuwe energiebronnen en heropening van buiten gebruik gestelde reactoren nodig zijn om ze te laten draaien. Een zoekopdracht met ChatGPT verbruikt naar schatting vijf keer zoveel energie als een zoekopdracht op het web, en het waterverbruik van de datacenters is met ongeveer 20-35% gestegen, wat wordt toegeschreven aan generatieve AI-workloads. Het integreren van generatieve AI in software, zoals bij Microsofts Copilot+ en Apple Intelligence, vereist aanzienlijk hogere minimale hardware-eisen, waardoor consumentenapparaten uit het lagere segment al verouderd heeft gemaakt.
Externe afhankelijkheden
Netwerkafhankelijkheden kunnen een cruciale rol spelen bij de levensduur van hardware. De onderliggende infrastructuur waarvan mensen afhankelijk kunnen zijn om een toepassing te draaien — zoals softwarelicentieservers die worden gebruikt voor toegangscontrole, of server-afhankelijke functionaliteiten—kan offline, soms permanent, en ertoe leiden dat apparaten minder goed functioneren, [zelfs wat betreft de belangrijkste functies](https://arstechnica.com/gadgets/2024/08/ amazon-is-bricking-primary-feature-on-160-echo-device-after-1-year/). Bovendien, zoals u inmiddels wel kunt verwachten, vereisen dergelijke afhankelijkheden extra verwerking en verbruiken ze dus bronnen en energie, vaak meer dan nodig is voor het beoogde doel van de software.
Zoals Ars Technica rapporteert omtrent softwaregestuurde auto's die afhankelijk zijn van "gecentraliseerde server, abonnementen en eigen software":
Wat u altijd in beweging houdt—dat is de software. Wanneer die software verdwijnt samen met een failliet bedrijf, kan uw auto van de ene op de andere dag veranderen van een dagelijkse auto in een dure presse-papier. En in het tijdperk van door software gedefinieerde voertuigen betekent het bezit van een auto steeds meer dat u gokt op het voortbestaan van de code ervan. Wanneer die code verdwijnt, wordt de oprit of de snelweg—en niet de autogarage—de eindbestemming.
Levensduur van het apparaat
Al deze extra verwerking om logge software te draaien of om geïntegreerde generatieve AI-tools in gebruikersapplicaties te hebben (of u dat nu wilt of niet), om uw gegevens naar onbekende servers te sturen voor verwerking of om u advertenties te tonen op uw apparaat, zorgt niet alleen voor hogere hardware-eisen, maar slijt het apparaat ook sneller. Zoals het online computerblad XDA stelt: “CPU’s die voortdurend worden blootgesteld aan zware werkbelastingen, overklokken en hoge gebruikstemperaturen, zullen vrijwel zeker sneller verslijten.” Al deze in de software ingebouwde ‘functies’ kunnen uw apparaat wel eens overbelasten en opwarmen, waardoor het sneller verslijt. De vraag is: wilde u die extra „functionaliteit“ überhaupt wel? En kunt u die verwijderen als u dat zou willen?
Er is nog een andere veelvoorkomende manier waarop software een apparaat verouderd kan maken. Software end-of-life en abandonware, met name wanneer deze wordt uitgebracht onder een eigen licentie, kan in het ergste geval betekenen dat uw apparaat niet meer werkt, of in het beste geval (!) gebruikers kwetsbaar maken voor virussen en andere malware. Het zijn niet alleen nieuwe functies die worden stopgezet wanneer de softwareontwikkeling stopt; nog belangrijker zijn de beveiligingsupdates. Deze updates zijn van cruciaal belang voor je computer en voor de apparaten waarmee deze verbonden is. Alle software moet updates ontvangen om uw gegevens veilig en beveiligd te houden. Meer hierover in het volgende deel van dit handboek.
In deel I hebben we de milieuschade van digitalisering onderzocht en verschillende manieren in kaart gebracht waarop software een nog goed functionerend apparaat overbodig kan maken. In deel II zullen we kijken naar de rol die vrije en open-source software speelt bij het verlengen van de levensduur van hardware en het bieden van blijvende ondersteuning voor apparaten. Maar laten we ons eerst afvragen: is het echt de moeite waard om ons op software te richten?
Is focussen op de software het waard?
In een breder perspectief, lijkt de milieuschade door software misschien minder belangrijk in vergelijking tot andere industrieën. Daarom kan het redelijk lijken om te vragen: "Is het de moeite waard op aan te pakken?"
Er zijn een paar zaken die we hier in overweging kunnen nemen. Ten eerste moeten we de „Niet zo erg als” drogreden verwerpen, ook wel bekend als “Appeal to Worse Problems”. Het algemene argument luidt als volgt: de bijdrage van de software-industrie aan de wereldwijde CO2-uitstoot is misschien niet zo erg als die van een andere sector, en daarom is het niet de moeite waard om hier aandacht aan te besteden. Wat er mis is met dit argument, is dat, hoewel een andere sector misschien erger is, dit niet wegneemt dat software-engineering verantwoordelijk is voor het veroorzaken van ernstige milieuschade. Bovendien suggereert de „Niet zo erg als”-drogreden een valse keuze tussen het aanpakken van het ene of het andere probleem, terwijl milieuvriendelijk softwareontwerp in feite slechts één stukje is van een grotere puzzel.

Laten we niet zoals de White Hat uit XKCD zijn en ergere problemen aanvoeren als excuus om niets te doen!
Ten tweede is het niet per se de meest effectieve strategie om je uitsluitend te richten op het oplossen van het „grootste probleem”. Het is ook belangrijk om de kans op succes bij het aanpakken van een probleem af te wegen, evenals de tijd en middelen die daarvoor nodig zijn. Vrije en open-source software, met haar focus op gebruikersautonomie en transparantie, biedt unieke mogelijkheden voor gebruikers, gemeenschappen en organisaties om onderling verweven sociale en ecologische vraagstukken rechtstreeks aan te pakken. Dankzij de softwarelicenties kan de software worden aangepast, bijgewerkt en onderhouden zonder afhankelijkheid van leveranciers of kunstmatige beperkingen, vaak tegen lagere kosten.
Hopelijk is het nu duidelijk dat software wel flink bijdraagt aan de energie- en bronnenverbruik, net als afval, en deze bijdragen zullen alleen maar erger worden als we niet echte veranderingen doorvoeren.
Het aanpassen van onze software en het duurzamer gebruiken van onze hardware lijkt misschien een klein gebaar in de aanpak van een zo complex probleem als klimaatverandering. Het is ook duidelijk dat het simpelweg veranderen van onze individuele consumptiepatronen op zichzelf wellicht niet voldoende is. Het is waar: een emissievrije toekomst vereist fundamentele veranderingen in zowel onze manier van leven als de manier waarop industrieën werken, en die verantwoordelijkheid kan niet op individueel niveau worden gedragen. Maar denk eens na over wat antropologe Margaret Mead ooit opmerkte:
"Twijfel er nooit aan dat een kleine groep bezorgde, toegewijde burgers de wereld kan veranderen; sterker nog, dat is het enige wat ooit verandering teweeg heeft gebracht."
Structurele verandering vindt plaats wanneer toegewijde, gepassioneerde mensen de krachten bundelen om dringende maatschappelijke vraagstukken aan te pakken. Met tientallen jaren ervaring in het succesvol samenbrengen van wereldwijde gemeenschappen om aan gemeenschappelijke doelen te werken, kan vrije en open-bron software een krachtige motor zijn in de strijd tegen de milieu-impact van digitalisering. We weten hoe we ons moeten organiseren—nu is het een kwestie van plannen in daden omzetten en doelen werkelijkheid laten worden. Laten we ons verenigen om door software veroorzaakte milieuschade te bestrijden. Laten we een cultuur van digitale duurzaamheid bevorderen in onze gemeenschappen en daarbuiten.
Deel II: Digitale duurzaamheid
Wat heeft de milieu-impact van software te maken met vrije en open source-software? Voordat we dit onderwerp in detail gaan bespreken, laten we eerst eens kijken wat FOSS precies is en hoe het verschilt van zijn tegenhanger, propriëtaire software.
Wat is vrije en open-source software (FOSS)?
Vrije en open-source software, vaak aangeduid met de afkorting FOSS, is software die beschikbaar is onder een licentie die gebruikers bepaalde rechten garandeert. Deze rechten worden soms aangeduid als de vier essentiële vrijheden, namelijk de vrijheid om de software te gebruiken, te bestuderen, te delen en te verbeteren. Deze vrijheden vormen de kern van FOSS—het woord „vrij“ in vrije en open-bronsoftware heeft niets te maken met de prijs, maar verwijst naar de vrijheden die bij de softwarelicentie horen. We hebben het hier over de betekenis van „vrij“ zoals in de uitdrukking „vrije samenleving“!

Wat betekenen deze rechten nou precies? The Free software Foundation Europe (FSFE) legt dit uit:
- Gebruiken: FOSS "kan worden gebruikt voor enig doel en is vrij van beperkingen als licenties die verlopen of geografische beperkingen."
- Bestuderen: FOSS "en diens code kan worden bestudeerd door iedereen, zonder geheimhoudingsovereenkomst of gelijke beperkingen.
- Delen: FOSS "kan worden gedeeld en gekopieerd met praktisch geen kosten."
- Verbeteren: FOSS "kan worden gedeeld door iedereen en deze verbeteringen kunnen publiek worden gedeeld."
De video "What is Free Software (Open Source)?" van de FSFE biedt een korte introductie in het onderwerp FOSS en diens belangrijkheid voor de samenleving. Neem eens een kijkje als u meer informatie wilt hebben over de verbinding tussen software en vrijheid.
Een heel deel over softwarelicenties?! Wat saai! Nou, het klinkt misschien droog en technisch, maar het is eigenlijk best spannend. Werkelijk. En we hopen dat u het daarmee eens bent tegen het einde! Wanneer we het hebben over softwarelicenties, dan hebben we het eigenlijk over onze rechten en de mogelijkheid om mee te doen in een digitale samenleving. Digitale technology omvat tegenwoordig zo goed als ieder aspect van ons moderne leven: onze huizen, scholen, universiteiten, overheden, industrieën, non-profitorganisatie, ziekenhuizen en dat gaat maar door. Tegenwoordig zijn ze allemaal afhankelijk van digitale technologie. En al deze technologie vereist software.
Omdat deze software onze levens en gemeenschappen vormt, zouden we dan niet iets te zeggen moeten hebben in hoe het werkt? KDE, de Free & Open Source Software gemeenschap die staat achter het KDE-Eco initiatief, heeft de volgende visie. Het vat mooi samen naar wat voor wereld van FOSS en haar aanhangers naar toe werken.
"Een wereld waarin iedereen controle heeft over hun digitale leven en van vrijheid en privacy geniet.”
KDE-Eco zou alleen willen toevoegen: "… geniet van vrijheid, privacy en een duurzaam gebruik van digitale technologie"!
In deze tekst gebruiken we de term ‘Free & Open Source Software’, maar de lezer kan ook de termen ‘Free Software’, ‘Open Source Software’ en ‘Free/Libre Open Source Software tegenkomen. In onze context verwijzen ze allemaal naar hetzelfde: de rechten die door de softwarelicentie worden gegarandeerd. En deze rechten zijn rechtstreeks gekoppeld aan de toegankelijkheid van de broncode van de software.
Wat is broncode?
De tegenstelling van FOSS is "eigen software". Eigen software wordt in licentie gegeven op een manier die gebruikers geen zeggenschap geeft over de broncode van de software die zij gebruiken. Eigen software wordt meestal gedistribueerd zonder vrijgegeven broncode.
Wacht eens, wat is broncode vraagt u zich af?
Eigenlijk, wat is software trouwens?
In de simpelste vorm, is software een recept voor de computer. Programmeurs schrijven de recepten in "broncode", wat, simpel gezegd, een voor mensen leesbare verzameling aan instructies is voor de computer. En net zoals een recept is geschreven in een of andere menselijke taal, is broncode geschreven in een programmeertaal. Met toegang tot de broncode, kan iedereen het recept bekijken en begrijpen—zelfs u! Trouwens, probeer het zelf eens: Kunt u raden wat de onderstaande code doet?2
int main(){
printf(''Hello World!'')
return 0
}
U heeft het waarschijnlijk al geraden: het geeft de zin „Hello World!” weer op het scherm. Zelfs als u niets weet van de programmeertaal (een taal die C heet), is de code duidelijk en begrijpelijk. Misschien kunt u er al iets mee doen, het op de een of andere manier aanpassen of verbeteren, zelfs als u geen programmeur bent. Als u bijvoorbeeld een andere taal spreekt, zou u de tekst die op het scherm wordt weergegeven kunnen vertalen, of u zou ervoor kunnen zorgen dat er iets heel anders wordt weergegeven.
Deze broncode, dit recept, is geweldig voor mensen, maar is eigenlijk niet zo geweldig voor computers. Een computer vereist dat het recept is gecodeerd in iets wat meer computerachtig is, dat zijn de eentjes en de nulletjes, of binaire code. Deze omzetting van broncode naar binaire code is de taak van een compiler—compilers maken van code die voor mensen leesbaar is computervriendelijke binaire code. Hoera! Laten we eens kijken naar datzelfde, overzichtelijke codefragment van hierboven, maar nu in binaire vorm:
1100011110111010100101001001001010101110
0110101010011000001111001011010101111101
0100111111111110010110110000000010100100
0100100001100101011011000110110001101111
0010000001010111011011110111001001101100
0110010000100001010000100110111101101111
Kunt u deze code lezen? Kunt u er iets mee doen? Het op een zinvolle manier bewerken? Geen zorgen, geen mens kan dat! Eigen software is meestal uitgegeven in binaire code, gewoon wat 1-en en 0-en, terwijl de broncode geheim blijft, verborgen achter eigen licenties. Al die dingen die u zou kunnen doen wanneer u toegang had tot de broncode—begrijpen wat de broncode doet, misschien zelfs aanpassen of verbeteren—blijven totaal buiten bereik3 wanneer u alleen de gebakken taart hebt. U kunt niet weten hoe de taart is gemaakt en welke ingrediënten gebruikt zijn en u kunt het zeker niet aanpassen.
Simpel gezegd, wie het recept beheert zal bepalen wat voor taart we eten.
Als we het alleen maar hadden over recepten voor taart! Trouwens, waar we het over hebben is de code die ieder aspect van ons leven in het digitale tijdperk vormt, van werk tot socialiseren, van gezondheidszorg tot daten, van boekenclubs tot academisch onderzoek. En al het andere wat we de hele tijd doen met onze computers en smartphones.
In tegenstelling tot eigen software, garandeert FOSS de rechten van gebruikers om toegang te krijgen tot de broncode en dingen te doen, onafhankelijk van de mensen of het bedrijf dat het heeft geschreven. Dus, in een wereld waar digitale technologie stilletjes (en soms niet zo stilletjes) achter de meeste onderdelen van het dagelijks leven zit, gaat de toegang tot de broncode en de mogelijkheid om het aan te passen om de rechten die we hebben als mensen en de samenleving.
Waar we het over hebben is controle en vrijheid—en het heeft grote gevolgen voor ons en het klimaat. Dat is heel spannend, toch?!
Er bestaan veel misvattingen over FOSS, die we in een bijlage aan het einde van dit hoofdstuk behandelen, waarbij we de analogie met recepten voortzetten. Als je je afvraagt of iedereen, misschien zelfs kwaadwillenden, de broncode kan aanpassen, of dat het openbaar maken van de broncode deze minder veilig maakt, en andere soortgelijke vragen hebt, kun je naar het einde van deze paragraaf gaan voor enkele antwoorden!
FOSS is beter voor het klimaat
Code verbeteren—door gebruikers & voor gebruikers
Bij FOSS kan de broncode worden aangepast om ervoor te zorgen dat de software geen onnodige handelingen uitvoert, waardoor de hardware-eisen worden verlaagd, gedeelde bronnen worden bespaard en de levensduur van de hardware wordt gewaarborgd. Kijk bijvoorbeeld eens naar de resultaten van een onderzoek dat is gepubliceerd door het Duitse Milieuagentschap en een gerelateerd artikel in het tijdschrift Future Generation Computer Systems. De onderzoekers melden dat twee applicaties die hetzelfde doen en hetzelfde resultaat bereiken, verschillende eisen aan de hardware kunnen stellen en drastisch verschillende energieprofielen kunnen hebben.
Het onderzoek omvatte een vergelijking tussen twee tekstverwerkingsprogramma's: tekstverwerker 1 is geïdentificeerd als "open-bron", terwijl tekstverwerker 2 als "eigen" is geïdentificeerd. Beide computerprogramma's kregen instructies om dezelfde acties te ondernemen. Het resultaat is weergeven in figuur 9. Tekstverwerker 2 verbruikte vier keer zoveel energie in vergelijking met tekstverwerker 1—opnieuw, en dit kan niet vaak genoeg worden benadrukt, om hetzelfde te doen!
![Grafiek waarin twee tekstverwerkers worden vergeleken tijdens de uitvoering van een script voor een standaardgebruiksscenario. Tekstverwerker 1 is een open-bronprogramma. Deze tekstverwerker verbruikte vier keer minder energie dan tekstverwerker 2, een eigen programma. (Afbeelding van KDE, gepubliceerd onder een [CC-BY-SA-4.0] (https://spdx.org/licenses/CC-BY-SA-4.0.html) licentie. De afbeelding is aangepast uit het rapport van het Duitse Milieuagentschap.)](images/sec2_uba-sus.png)
Als we het stroomverbruik van de twee tekstverwerkers in de loop van de tijd bekijken, wordt ook duidelijk hoe de twee programma’s zich heel verschillend gedragen … en misschien wel in tegenstelling tot wat u zou verwachten. Bekijk de grafiek in figuur 10 eens. Rond de 440 seconden slaan beide tekstverwerkers het document op en worden er geen verdere acties meer aangeroepen door het meetscript. Zoals u kunt zien, gaat de open bron-tekstverwerker 1 inactief (zoals u zou verwachten). Daarentegen blijft eigen-tekstverwerker 2 doorwerken en verbruikt die extra stroom totdat de meting is voltooid. Het is de moeite waard om u af te vragen waar de extra activiteiten tussen 440 en 600 seconden voor dienen: zijn de acties van tekstverwerker 2 noodzakelijk voor de functionaliteit van de software? Verzamelt en verzendt de eigen tekstverwerker gebruikersgegevens? Zo ja, hebben gebruikers dan de mogelijkheid om zich af te melden voor dit soort analyses? Dat hangt af van het ontwerp van de software.

In deze gevallen kan de autonomie van de gebruiker een groot verschil maken in het energieprofiel van een softwareproduct. Eigen software biedt wellicht enige autonomie door gebruikers vooraf gedefinieerde keuzes aan te bieden, maar dit zijn slechts keuzes die de leverancier heeft besloten te geven, en die op elk moment weer kunnen worden ingetrokken. FOSS daarentegen geeft gebruikers toegang tot de broncode en het recht om deze aan te passen. Dit is echte autonomie. Op deze manier kan software zo worden gemaakt dat deze werkt op de manier die de gebruikers willen, en niet de bedrijven. Voor alle duidelijkheid: het simpelweg vrijgeven van software onder een FOSS-licentie biedt geen garantie voor een hogere code-efficiëntie. Eigen code kan zeer efficiënt zijn. FOSS heeft echter een echt voordeel doordat inefficiënties door iedereen kunnen worden opgespoord en verbeterd—dat is simpelweg onmogelijk bij eigen software.
Zijn veranderingen in de efficiëntie van code echt van belang? Op grote schaal zeker wel! Aangezien applicaties zoals tekstverwerkers in vrijwel elk modern huishouden en kantoor worden gebruikt, kunnen minimale verbeteringen in software-efficiëntie op grote schaal leiden tot besparingen die vergelijkbaar zijn met het jaarlijkse energieverbruik van hele steden. Deze bewering is gebaseerd op een voorbeeld van SAP-productingenieur Detlef Thoms, die ruwe schattingen maakt (04:20–06:10) om van een besparing van één CPU-seconde, wat overeenkomt met ongeveer 10 watt-seconde, op te schalen naar een besparing van 95 duizend megawattuur, simpelweg door op te schalen. Deze besparingen zijn vergelijkbaar met het jaarlijkse energieverbruik van meer dan 30.000 tweepersoonshuishoudens. Zoals in de video wordt vermeld: "Vaak is het een vrij beheersbare reeks beslissingen die tot aanzienlijke verschillen in stroomverbruik leiden"—met andere woorden: kleine veranderingen leveren grote resultaten op.
Hier is slechts één voorbeeld besproken, maar dezelfde logica geldt ook voor andere voorbeelden van de hardware-eisen van software, externe afhankelijkheden en de levensduur van apparaten die in deel I aan bod zijn gekomen. Software bepaalt wat er van onze hardware wordt vereist om applicaties en besturingssystemen te laten draaien. Wanneer de toegang tot de broncode beperkt is, hebben gebruikers slechts schijnbare zeggenschap over de software. Door transparantie en gebruikersautonomie geeft FOSS gebruikers echte controle, en dat maakt een duurzamer gebruik van hulpbronnen mogelijk. We gaan nu in op wat dit concreet betekent voor de levensduur van hardware.
FOSS is niet alleen voor het nieuwste en allerbeste gemaakt
FOSS helpt oudere modellen draaiende te houden, blijft werken lang nadat de eigen software ze verouderd zou hebben gemaakt. Laten we bespreken hoe FOSS langere levenscyclussen mogelijk maakt en wat lichtgewicht, onafhankelijke software betekent voor duurzaam hardwaregebruik.
Ten eerste bepaalt software niet alleen hoeveel energie hardware nodig heeft, maar ook hoe krachtig de hardware moet zijn om de software te kunnen draaien. Bekijk de volgende twee tabellen waarin de minimale systeemvereisten voor werkgeheugen, processor en opslagruimte van Microsoft Windows 11, macOS 14 “Sonoma” en de basisbesturingssystemen (OS) van een aantal distributies van vrije en open-source software met elkaar worden vergeleken. Alle systemen in de tabel ontvangen beveiligingsupdates tot begin 2026, waarbij Sonoma de oudste versie van macOS is die nog steeds wordt ondersteund door Apple.
| Bedrijfseigen besturingssysteem | Werkgeheugen | Processor | Opslag |
|---|---|---|---|
| Windows 11 | 4 GB | bepaalde 64 bit processors | 64 GB |
| + Copilot genAI | 16 GB | + NPU | 256 GB |
| macOS 14 | 8 GB | 64 bit | 25 GB |
De eigen besturingssystemen hebben over het algemeen hogere minimale systeemvereisten en bieden geen ondersteuning voor low-end hardware. Als we daarentegen kijken naar de onderstaande op FOSS gebaseerde systemen, zien we dat deze doorgaans lagere systeemvereisten hebben. Hoe komt dat? De besturingssystemen Windows en macOS worden geleverd met talrijke systeemservices en ingebouwde applicaties, en het staat vast dat telemetrie standaard is ingeschakeld. Tegenwoordig worden deze systemen steeds vaker geleverd met generatieve AI-hulpmiddelen en in sommige gevallen zelfs advertenties. Bovendien is de software ontworpen om op nieuwere hardware te draaien en vereist deze dus meer rekenkracht. Met zulke krachtige hardware zullen problemen met softwarebloat minder relevant zijn.
| FOSS-gebaseerd besturingssysteem | Werkgeheugen | Processor | Opslag |
|---|---|---|---|
| Fedora (Linux) | 2 GB | 64 bit | 15 GB |
| openSUSE (Linux) | 2 GB | 64 bit | 8 GB |
| Debian (Linux) | 512 MB | 64 bit | 4 GB |
| Arch (Linux) | 512 MiB | 64 bit | 2 GB |
| OpenBSD (BSD) | 512 MB | 32 or 64 bit | 1 GB |
| Haiku (BeOS) | 384 MiB | 32 or 64 bit | 1.5 GB |
Daarentegen zijn de basisbesturingssystemen in het FOSS-ecosysteem doorgaans precies dat: een basissysteem, met minder achtergronddiensten en -toepassingen, waarbij telemetrie standaard is uitgeschakeld, en dus met een lagere totale overhead. Gebruikers hebben veel meer mogelijkheden bij het instellen van het basissysteem en de software die daarop wordt geïnstalleerd, zoals de desktopomgeving, de vensterbeheerder en toepassingen. Deze grotere mate van aanpasbaarheid betekent meer controle voor de gebruiker.
Het zijn niet alleen eindgebruikers die de systemen aanpassen. Veel FOSS-distributies (of ‘distro’s’) bouwen voort op deze basissystemen en verspreiden deze samen met diensten en software die zijn afgestemd op verschillende gebruikers en computers. Veel gebruikers die nog niet bekend zijn met FOSS, zijn wellicht geïnteresseerd in een distributie die speciaal is ontworpen voor beginners, die doorgaans veel standaarddiensten en -instellingen bevat, zodat alles direct uit de doos werkt. Bovendien staat FOSS aanpassingen aan de broncode toe en maakt het mogelijk om wijzigingen te delen. In feite komen dergelijke afgeleide versies voortdurend voor. Hoewel het grote aantal opties een bron van verwarring kan zijn voor Windows- en macOS-gebruikers, biedt het feit dat een hoge mate van aanpassing mogelijk is veel meer variabiliteit in hardware-ondersteuning, waaronder voortdurende ondersteuning voor apparaten uit lagere prijsklassen.
Houd er rekening mee dat verouderde computers die slechts aan de minimale technische vereisten voldoen, mogelijk niet voldoen aan de huidige verwachtingen op het gebied van snelheid en gebruiksgemak. Het hangt natuurlijk af van wat iemand met de computer wil doen, welke toepassingen worden gebruikt en hoeveel geduld de gebruiker heeft. Toch kunnen zelfs tientallen jaren oude computers met FOSS nog steeds actuele software draaien!
Door rekenintensieve “functies” op te leggen en te beperken wie de broncode mag aanpassen, sluit eigen software hardware uit van voortdurende ondersteuning en versnelt het de veroudering van hardware. Dat gezegd hebbende, moet alle hardware dan voor altijd worden ondersteund? Of het nu gaat om eigen of FOSS-software, het is redelijk dat ontwikkelteams selectief zijn in welke hardware ze willen ondersteunen, om hun inspanningen zo goed mogelijk te kunnen richten. Niemand beschikt over een onbeperkte voorraad tijd en energie. Maar terwijl FOSS iedereen toestaat om elke hardware te blijven ondersteunen als men dat wil, sluiten eigen licenties dit uit.
Als u van plan bent een nieuw apparaat aan te schaffen, zijn dit voor u wellicht allemaal geen problemen. Maar als u al een computer hebt—een die nog wel werkt, maar niet langer wordt ondersteund—en u wilt deze blijven gebruiken, dan is het niet overdreven om te zeggen dat FOSS uw enige optie is. Als een FOSS-besturingssysteem op uw verouderde apparaat draait, blijft het doorgaans updates ontvangen, waaronder beveiligingsupdates. Software-updates vormen een belangrijk onderdeel van dit verhaal en zijn het hoofdonderwerp van de volgende paragraaf.
Software zit vol met fouten en dat is riskant
Software bevat fouten, ook wel ‘bugs’ genoemd. Alle software, of het nu gaat om Windows of macOS of FOSS. Alle software! Deze bugs kunnen klein of ernstig zijn. Een kleine bug kan ervoor zorgen dat de software trager werkt, terwijl een ernstige bug ervoor kan zorgen dat de software helemaal niet meer werkt. Misschien wel de ernstigste en meest verraderlijke soort bug vormt een veiligheidsrisico voor de gebruiker, ook wel een kwetsbaarheid genoemd. Deze beveiligingskwetsbaarheden worden misbruikt door kwaadwillenden om een computersysteem te infiltreren en kunnen leiden tot financieel verlies, datalekken, het overnemen van van uw voertuig, en brengen ernstige risico’s met zich mee voor alle plaatsen waar computers zijn ingebouwd, inclusief ons eigen lichaam.
 gepubliceerd onder de CC BY-SA 3.0-licentie).](images/sec2_Harvard_Mark_I_program_tape.agr.jpg)
Hoe zorgen we er dan voor dat onze systemen veilig blijven? Net zoals je een gat in kleding met een scheur erin zou dichten, wordt software ‘gepatcht’ om fouten te verhelpen. In de begintijd van de informatica hield dit proces letterlijk in dat oplossingen op papieren band of ponskaarten werden aangebracht, maar tegenwoordig gebeurt dit via software-updates. Zoals Bruce Schneier schrijft in het boek Click Here To Kill Everybody, "Patching is iets wat we allemaal voortdurend doen met onze software—we noemen het meestal ‘updaten’—en het is het belangrijkste mechanisme dat we hebben om onze systemen veilig te houden." Daarom noemen beveiligingsexperts het updaten van je software als een van de belangrijkste veiligheidsmaatregelen die je kunt nemen.
Beveiligingsupdates zijn essentieel. Elk apparaat dat software nodig heeft om te functioneren, of het nu een laptop, smartphone of auto is, heeft software-updates nodig om fouten te verhelpen. Schneier beschrijft beveiligingsupdates als volgt: „We onderhouden de beveiliging doordat (1) ontdekkers een gevonden kwetsbaarheid aan de softwareleverancier en het publiek melden, (2) leveranciers snel een beveiligingspatch uitbrengen om de kwetsbaarheid te verhelpen, en (3) gebruikers die patch installeren. "Waarom is de ‘vinden-en-patchen’-aanpak de manier waarop we te werk gaan? Waarom doen we het niet meteen goed’? Nou, sommige systemen proberen het wel meteen goed te doen—software die draait op vliegtuigen, auto’s of medische apparatuur, bijvoorbeeld—maar dat is over het algemeen traag en duur. En zelfs dan lukt het niet altijd: zelfs bij vliegtuigen en auto’s en medische apparatuur hebben mogelijk nog steeds patches nodig om defecten te verhelpen.

Wat bij software wordt aangeduid als End of Life voor software betekent dat er geen nieuwe patches of updates meer worden uitgebracht. Wanneer de broncode eigendom is van een bedrijf, is er niets wat iemand kan doen om softwarefouten te verhelpen. In dergelijke gevallen blijven bugs en kwetsbaarheden simpelweg voor altijd onopgelost. Een recent voorbeeld, dat mogelijk gevolgen heeft voor lezers van dit handboek, is het einde van de ondersteuning voor Windows 10. Aanvankelijk gepland voor 14 oktober 2025, later verlengd tot 13 oktober 2026 (zij het met voorwaarden, zoals de vereiste van een Microsoft-account), zal het einde van de levensduur van Windows 10 naar schatting leiden tot elektronisch afval van meer dan 240 miljoen computers. De reden: gezien de strenge nieuwe hardwarevereisten kunnen honderden miljoenen computers niet worden geüpgraded naar Windows 11, waardoor gebruikers van deze achtergestelde apparaten achterblijven met niet-ondersteunde software en in een kwetsbare positie terechtkomen.
Hoewel Windows 10-computers na het einde van de ondersteuning wellicht nog steeds opstarten en “bruikbaar” blijven, zullen nieuwere applicaties uiteindelijk niet meer werken, en bij elke nieuwe kwetsbaarheid die wordt ontdekt, loopt de gebruiker risico, zonder dat er een update in zicht is. Nooit meer. Nogmaals: wanneer software op een computer niet wordt gerepareerd, vormt het blijven gebruiken ervan een veiligheidsrisico. Het vervangen van dat niet-ondersteunde apparaat is een manier om het probleem op te lossen. Het vervangen van je Windows 10-computer lijkt zelfs precies te zijn wat Microsoft wil. Maar het vervangen van een apparaat betekent dat er een nieuw apparaat moet worden geproduceerd en vervoerd, en dat brengt enorme ecologische kosten met zich mee. Bedenk het volgende:
Het meest milieuvriendelijke apparaat is diegene die u al bezit.
Er zijn betere manieren om de door software veroorzaakte veroudering van hardware aan te pakken dan het kopen van een nieuwe computer. Wat wij aanbevelen, is het installeren van nieuwe software die nog steeds beveiligingsupdates ontvangt: FOSS! Het Duitse Federale Bureau voor Informatiebeveiliging heeft Linux aanbevolen als een manier om die afgedankte Windows 10-apparaten veilig in gebruik te houden.
Het onderhouden en testen van software is zeker een stuk complexer dan alleen het beschikken over vrije en open-broncode. Toch is FOSS de enige manier waarop software onafhankelijk van de leveranciers kan worden gerepareerd (d.w.z. gepatcht), en daarom noemt KDE Eco FOSS ‘repareerbare software’. Samen met andere organisaties, zoals Software Freedom Conservancy, de Free Software Foundation en de Free Software Foundation Europe beschouwen wij softwarelicenties als een cruciaal onderdeel van de bredere Right to Repair beweging.
Bijlage: Veelvoorkomende misvattingen
In dit deel, zullen we vijf veelvoorkomende misvattingen over FOSS ontkrachten:
- "Iedereen kan de applicatie die ik gebruik aanpassen."
- "Je weet nooit waar de software vandaan kwam."
- "FOSS is minder veilig."
- "Ik zou een ontwikkelaar moeten zijn om profijt te hebben van FOSS."
- "FOSS is zonder kosten omdat het door vrijwilligers wordt ontwikkelt."
Al deze beweringen zijn onjuist, en de volgende uitleg zal meer inzicht geven in hoe FOSS functioneert als software, als ecosysteem en als bedrijfsmodel.
Misvatting 1: Iedereen kan de applicatie die ik gebruik aanpassen.
De misvatting is het idee dat alle codewijzigingen daadwerkelijk terechtkomen in de software die je downloadt en gebruikt. Dit is niet het geval. Een kernteam van ontwikkelaars beheert de ontwikkeling van FOSS, of het nu gaat om een applicatie, een desktopomgeving of een ander onderdeel van het besturingssysteem. Iedereen kan wijzigingen aanbrengen en deze voorstellen aan het kernteam van ontwikkelaars, dat ze zal beoordelen en beslist of ze worden geaccepteerd of afgewezen. Dit proces betekent niet dat FOSS vrij is van slecht geschreven of kwaadaardige code, het betekent alleen dat niet alle voorgestelde wijzigingen in de code automatisch worden opgenomen in de software die door de kernontwikkelaars wordt uitgebracht—en vervolgens op uw computer wordt uitgevoerd.
Om een vergelijking te maken met koken: wanneer een beroemde chef-kok een recept publiceert, kan iedereen het recept naar eigen inzicht aanpassen bij het bereiden van het gerecht. Deze aanpassingen kunnen het recept verbeteren, maar ook verslechteren. Sommige aanpassingen kunnen zelfs zo goed zijn dat iemand vindt dat ze in het oorspronkelijke recept moeten worden opgenomen, en daarom dient hij zijn suggesties in bij de oorspronkelijke chef-kok. Of deze wijzigingen al dan niet in toekomstige versies van het recept worden opgenomen, hangt echter volledig af van de oorspronkelijke chef-kok, en niet van degene die de wijzigingen heeft voorgesteld. Kortom, iedereen kan elke gewenste aanpassing voorstellen, maar dat betekent niet dat die wijzigingen aan het oorspronkelijke recept worden toegevoegd—of uiteindelijk op je bord terechtkomen.
Misvatting 2: Je weet nooit waar de software vandaan kwam.
Het is waar dat iedereen FOSS kan aanpassen en zijn wijzigingen openbaar kan maken, maar de misvatting hier is dat aangepaste software niet te onderscheiden is van het origineel. FOSS heeft doorgaans een eigen merknaam en is herkenbaar. Een handelsmerk biedt bijvoorbeeld juridische bescherming voor het logo, de symbolen, namen en dergelijke die aan de software zijn gekoppeld. Hoewel de broncode onder een licentie valt die gebruikers bepaalde rechten toekent—om de onderliggende code te gebruiken, te bestuderen, te delen en te verbeteren—leggen handelsmerken juridische beperkingen op aan ontwikkelaars met betrekking tot het merk. Code die is aangepast ten opzichte van het origineel (of “geforked”) kan een nieuwe merknaam krijgen, en dat gebeurt voortdurend. Maar een handelsmerk houdt in dat de geforkte software niet onder dezelfde merknaam als het origineel mag worden uitgebracht; juridisch gezien moet deze herkenbaar zijn als aangepaste software, zodat u precies kunt zien waar deze vandaan komt.
Om de analogie met koken te gebruiken: ook al mag elke kok een recept aanpassen bij het bereiden van een gerecht, hij mag het niet publiceren onder de naam van de oorspronkelijke chef-kok. Dat wil zeggen: je mag het recept aanpassen voor eigen gebruik, en in sommige gevallen zelfs je aanpassingen publiceren, maar je mag niet beweren dat die aanpassingen afkomstig zijn van de oorspronkelijke chef-kok.
Misvatting 3: FOSS is minder veilig.
Dit is misschien wel een van de meest voorkomende misvattingen over FOSS, en het tegenovergestelde is juist het geval. Hoewel FOSS nog steeds bugs of kwaadaardige code kan bevatten (zoals alle code), zorgt de transparantie van de code ervoor dat die zwakke plekken gemakkelijker te herkennen zijn; en, wat cruciaal is, zodra er problematische code wordt ontdekt, is het gemakkelijker om deze te verhelpen. Het Duitse Federale Bureau voor Informatiebeveiliging (Duits: Bundesamt für Sicherheit in der Informationstechnik of kortweg BSI) heeft zelfs de beveiligingsvoordelen van FOSS uitgelicht. Zij stellen: „Het gebruik van [FOSS] op zich garandeert nog geen veilig systeem. Het biedt echter wel aanzienlijke strategische voordelen in dit proces.”
Om nogmaals de analogie met koken te gebruiken: het is moeilijker om schadelijke of ongewenste ingrediënten aan een recept toe te voegen als de ingrediëntenlijst voor iedereen zichtbaar is. Bovendien kan een kok, als dergelijke ingrediënten worden aangetroffen, het recept eenvoudig aanpassen en ze verwijderen, zodat het gerecht weer veilig is om te eten. Transparantie kan niet garanderen dat een recept geen ongewenste ingrediënten bevat, maar het biedt wel echte voordelen bij het opsporen en verwijderen ervan.
Misvatting 4: Ik zou ontwikkelaar moeten zijn om profijt te hebben van FOSS.
U hoeft geen softwareontwikkelaar te zijn om FOSS te gebruiken en van de voordelen ervan te profiteren. U kunt het downloaden en installeren, en erop vertrouwen dat de nodige updates uw kant op komen zodra ze klaar zijn. In wezen kunt u gewoon een FOSS-gebruiker zijn, en dat is voldoende. Als u dat zou willen, kunt u echter de programmeertaal van uw favoriete software leren en zelf code ter beoordeling indienen. Velen doen dat, elk uur van elke dag. Er zijn zelfs miljoenen programmeurs over de hele wereld die FOSS ontwikkelen. Sommigen worden voor hun werk betaald, anderen doen het op vrijwillige basis; sommigen worden ervoor betaald en doen het toch nog als vrijwilliger buiten hun werktijd om. Zelfs als u geen ontwikkelaar bent, zijn anderen dat wel—misschien kent u er zelfs wel een paar—en zij zijn bezig met het toevoegen van nieuwe functies, het verhelpen van bugs, het oplossen van beveiligingslekken, enzovoort. Maar u hoeft dit zeker niet te doen om te kunnen genieten van vrije en open-source software.
Om de analogie met koken te gebruiken: u hoeft geen kok te zijn om te genieten van het resultaat van een goed recept. Als u niet kunt koken, kent u waarschijnlijk wel iemand die dat wel kan, en die zal een etentje met u delen (zolang je maar meebetaalt aan de boodschappen!). Als u niemand kent, kunt u altijd een persoonlijke chef inhuren om het eten dat u lekker vindt precies zo te bereiden als jij dat wilt. Toegang tot het recept maakt dat mogelijk. Het is belangrijk om toe te voegen dat je de teams achter de software die je gebruikt en waarvan u geniet, kunt en moet steunen. U kunt geld doneren, of uw tijd—vrijwilligers zijn van vitaal belang voor FOSS-projecten en bieden allerlei niet-programmeervaardigheden aan, zoals ontwerp, voorlichting, vertaling, promotie en nog veel meer.
In deel III van dit handboek, zult u leren hoe u installatie-evenementen moet organiseren en hoe u nieuwe gebruikers moet FOSS ondersteunt. Nieuwe gebruikers op weg helpen is een geweldige manier om iets terug te leveren voor de software die u gebruikt en waar u van houdt.
FOSS is zonder kosten omdat het door vrijwilligers wordt ontwikkelt.
Dit klopt niet, helemaal niet. FOSS is niet per se gratis, en wordt ook niet alleen door vrijwilligers ontwikkeld. FOSS wordt ontwikkeld door zowel betaalde software-ontwikkelaars als vrijwilligers, en de bijdragers komen uit alle hoeken van de wereld. Het woord “vrij“ (“Free”) in Free & Open Source Software verwijst niet naar de prijs, maar naar de vrijheden van de gebruiker die door de FOSS-licentie worden gegarandeerd. Mensen moeten nog steeds in hun levensonderhoud voorzien. Hoe men geld verdient, hangt af van het bedrijfsmodel, en er zijn veel verschillende bedrijfsmodellen in het FOSS-ecosysteem. Sommige programmeurs verkopen hun software, bijvoorbeeld in app-winkels; sommige bedrijven verkopen professionele diensten ter ondersteuning van de software die ze ontwikkelen; andere organisaties verkopen merchandise; terwijl sommige ontwikkelingsprojecten helemaal niets verkopen, maar in plaats daarvan vertrouwen op donaties (klein en groot) van gebruikers. Zolang de softwarecode onder een FOSS-licentie wordt vrijgegeven, is het nog steeds vrije en open-source-software, ongeacht hoeveel geld ermee wordt verdiend.
De analogie met koken heeft zijn beperkingen. Een belangrijk verschil om op te merken: zelfs als een recept met een onbeperkt aantal mensen kan worden gedeeld, kan een individuele kok het resultaat (dat wil zeggen, het gerecht dat wordt geserveerd) slechts met een beperkt aantal mensen delen. Daarentegen kunnen softwarecode en het resultaat ervan—de app die u downloadt en gebruikt—oneindig vaak worden gedeeld met een oneindig aantal mensen. Wijzigingen die door slechts één eenmalige bijdrager (misschien u wel!) in de codebasis worden aangebracht, kunnen worden opgeschaald naar miljoenen, zelfs honderden miljoenen softwaregebruikers!
Deel III: Apparaten upgraden met FOSS
Hopelijk bent u nu overtuigd om FOSS zelf te gebruiken en om anderen te helpen met een FOSS-besturingssysteem en toepassingen te installeren op hun computers. Op deze manier, kunnen u en anderen de apparaten gebruiken tot het einde van de levenscyclus van de functionerende tijd van de hardware.
Dit deel van het handboek richt zich op hoe gebruikersapparaten geüpgraded kunnen worden naar FOSS. Eigenlijk is dit de makkelijkste en meest directe manier om uw vrienden, familie en geliefden direct te helpen. Onderschat niet hoe belangrijk ondersteuning is!
Dat gezegd hebbende, ligt onze focus hier op het ondersteunen van FOSS bij een breder publiek via voorlichtingsactiviteiten, installatiefeestjes en andere soorten georganiseerde bijeenkomsten om mensen te helpen de overstap te maken. Voor degenen die dit werk willen doen, raden we aan om eerst betrokken te raken bij een bestaande organisatie. Dit omvat vrijwilligerswerk bij Repair Cafés, milieuorganisaties en andere reparatie-initiatieven, evenals het helpen bij End of 10 en Digital Independence Day-evenementen, Linux-installatiefeesten, CryptoParties, enzovoort. Als er in uw omgeving nog geen bestaan, kunt u er zelf een opzetten—en daar zullen we later op terugkomen.

We gaan er niet vanuit dat u ervaring hebt met het organiseren van installatie-evenementen, en in het eerste hoofdstuk vindt u suggesties om meer ervaring op te doen. We zullen hier niet te veel technische details behandelen—dit is geen stapsgewijze handleiding. In plaats daarvan geven we een overzicht van wat volgens ons nuttig is om aan de slag te gaan, met tips over waar u meer informatie kunt vinden. Let op: er wordt in dit handboek geen specifieke software uitgelicht, hoewel we in de tekst wel veel bronnen uit de KDE-gemeenschap zullen gebruiken. Er zijn een aantal redenen waarom we geen specifieke stapsgewijze begeleiding bieden:
- De specifieke details veranderen vaak als nieuwe versies van software uitgebracht worden, wat het handboek snel verouderd zou maken.
- De details hangen af van de specifieke software die wordt geïnstalleerd, waarvoor al vele online gidsen bestaan. Het is niet nodig om het wiel opnieuw uit te vinden!
Er zijn zeker wel andere manieren waarop dit een incomplete tekst is, maar we hopen dat het handboek hoe dan ook een goede basis biedt voor het ondersteunen van nieuwe FOSS-gebruikers.
Ook deze tekst geeft een persoonlijke mening weer, en het kan zijn dat de lezer het niet eens is met sommige van de suggesties. Toch vinden we het nuttig. Door u bewust te worden van de punten waarover u het oneens bent, word u zich meer bewust van de keuzes die u maakt. Dat bewustzijn kan van pas komen bij de planning en uitvoering van uw eigen installatie- evenementen. We staan echter open voor uw feedback, opmerkingen, suggesties en constructieve inbreng!
Vanaf hier, wordt dit deel ingedeeld in 4 stadia:
- Ervaring opdoen met FOSS en FOSS-groepen
- Vooraf aan installatie-evenementen
- Tijdens de installatie-evenementen
- Na de installatie-evenementen
In het ideale geval kunt u deze stappen herhalen volgens het ‘shampoo-algoritme’: inschuimen, uitspoelen, herhalen. Dat wil zeggen dat u FOSS-ondersteuning idealiter benadert als een doorlopend proces, in plaats van als een eenmalige gebeurtenis. We komen hier aan het einde van deze paragraaf nog eens op terug.
Naarmate u zich meer verdiept in het FOSS-ecosysteem, kunt u verschillende nieuwe termen tegenkomen. Hier volgt een korte woordenlijst met nuttige begrippen:
- PC: een laptop of een bureaubladcomputer
- FOSS-besturingssysteem (OS): Linux is het populairste, maar er zijn anderen zoals OpenBSD en Haiku
- Eigen besturingssysteem (OS): Microsoft Windows, MacOS
- Distributie (of Distro): Een FOSS-besturingssysteem en bijbehorende software, vaak verkregen van een website
- ISO / afbeeldingsbestand: het bestand dat het te installeren besturingssysteem bevat
- Grafische gebruikersinterface (GUI): een grafische manier om met de computer te communiceren (bijvoorbeeld door met de muis te wijzen en te klikken)
- Bureaubladomgeving: de grafische gebruikersinterface (GUI) gebruikt om met het besturingssysteem te werken of om het te beheren.
- Programma's (of apps): computerprogramma's voor taken van eindgebruikers, bijvoorbeeld pdf-lezers, tekstbewerkers, spelletjes, in plaats van het beheren van het systeem (zie bureaubladomgeving)
- Met bedrijfseigen software, worden programma's vaak gedownload en geïnstalleerd van een externe website, al kunnen sommige programma's tegenwoordig via een app store worden geïnstalleerd.
- In het FOSS-ecosysteem, worden programma's meestal geïnstalleerd via de software- of pakketbeheerder van de bureaubladomgeving.
- Processor (CPU) (Central Processing Unit): voornamelijk Intel of AMD processors gebaseerd op de x86 instructieset met een 32-bit of 64-bit architectuur, maar zijn daar niet beperkt toe
- Werkgeheugen (of RAM): tijdelijk geheugen dat verloren raakt wanneer de computer wordt uitgeschakeld. Meer werkgeheugen betekent meestal snellere verwerking.
- Massaopslag: harde schijf (HDD), Solid State Drive (SSD), SD-kaart, etc.
- Opslagruimten (voor Linux en andere FOSS-ecosystemen): De bron waaruit het systeem en de applicaties kunnen worden bijgewerkt en waaruit nieuwe applicaties kunnen worden geïnstalleerd.
- Opdrachtregelinterface (CLI) / Terminal: een op tekst gebaseerd interface (bijv. opdrachten invoeren met het toetsenbord) in vergelijking met een grafisch gebruikersinterface.
Fase 1. Ervaring opdoen
De eenvoudigste en goedkoopste manier om ervaring op te doen met een FOSS-besturingssysteem is door een ongebruikte computer te zoeken, bij voorkeur niet al te oud (<10 jaar), zodat u echt de kracht van uw nieuwe besturingssysteem kunt ervaren, en het gewoon zelf uit te proberen. Er zijn talrijke handleidingen die u stap voor stap door het installatieproces leiden. Zoek online naar het besturingssysteem dat u wilt installeren of bekijk overzichtswebsites zoals "Year of the Linux Desktop". Als u zelf geen oude computer hebt liggen, hebben uw vrienden en familie die waarschijnlijk wel. Vraag eens rond! U zult verbaasd zijn hoe gemakkelijk het kan zijn om in uw sociale kringen een nog werkende, maar niet meer gebruikte computer te vinden.
U hebt dus een computer gevonden om FOSS op te testen, maar op dit moment vraagt u zich misschien af: hoe kan ik beslissen welk FOSS-besturingssysteem en welke bureaubladomgeving ik moet gebruiken, terwijl er zoveel opties zijn? En ja, er zijn echt zoooo veel opties. Het is een van de meest voorkomende klachten die we horen van nieuwe gebruikers. Ons antwoord: afgezien van beperkingen zoals minimale systeemvereisten, maakt het eigenlijk niet uit! U kunt later altijd nog overschakelen naar een ander FOSS-besturingssysteem en een andere bureaubladomgeving. Er zijn geen licentiekosten of andere beperkingen bij het gebruik van FOSS, dus het downloaden en installeren van een ander systeem is altijd een optie. Sterker nog, „distro hopping“ is een veelvoorkomend verschijnsel onder nieuwe FOSS-gebruikers.
Een aantal dingen om op te merken op dit punt:
- FOSS wordt doorgaans beschikbaar gesteld via een 'distributie' (of kortweg 'distro'), die verschillende standaardconfiguraties en gebruikersinterfaces biedt voor uiteenlopende gebruikersbehoeften en hardware.
- Als u een bijzonder oude computer hebt met beperkte hardware-specificaties, kun u het beste op zoek gaan naar een ‘lichtgewicht’ besturingssysteem dat is ontworpen voor apparaten met weinig rekenkracht. Zoek online en u zult tal van aanbevelingen vinden.
- Als u een nieuwere computer hebt met meer hardwarevermogen, kunt u vrijwel elk besturingssysteem installeren. De belangrijkste verschillen die u zult opmerken, zijn de desktopomgeving, de standaard systeeminstellingen en dergelijke. Probeer verschillende distributies uit om te ontdekken welke het beste bij u past.
- Gezien de meeste hardware niet is ontworpen voor FOSS, kunt u tegen problemen aanlopen met stuurprogramma's voor videokaarten, wifi, webcams en anderen. Deze problemen kunnen vaak met weinig moeite worden opgelost, maar u moet wellicht wat onderzoek doen om oplossingen te vinden.
- Sommige distributies omvatten een grafische interface om eigen stuurprogramma's te detecteren en te installeren. Dit is aanbevolen voordat u aan de slag moet met de opdrachtregel.
Als u persoonlijke ondersteuning wilt bij het starten, raden we het aan om de Einde 10 website te bezoeken om een plek of evenement in uw omgeving te vinden waar u hulp kunt krijgen. En bovendien, bekijk het volgende deel voor tips voor hoe u een FOSS-krachtteam moet opbouwen!
Gezien dit een handboek is van het KDE Eco-initiatief, raden we het aan om een distributie te proberen met de KDE Plasma bureaubladomgeving uit te proberen. Deze kan geïnstalleerd worden in veel grote distributies, zoals Fedora, openSUSE, Debian, net als hun afstammelingen Kubuntu, MX Linux, CachyOS en meer. En als u een Steam Deck hebt, dan gebruikt u al KDE Plasma.

De slagzin van KDE Plasma is:
'Standaard eenvoudig, krachtig wanneer nodig.'
Met andere woorden: hoewel de standaardinstellingen het gebruik eenvoudig maken zonder dat u er iets aan hoeft aan te passen, is KDE Plasma in feite zeer krachtige software, die u zo kunt aanpassen dat het precies werkt zoals u dat wilt. Door de systeeminstellingen een beetje te verkennen en hier en daar een paar keer te klikken, kunt u het er vertrouwd uit laten zien en aan laten voelen—of juist iets heel anders proberen, iets unieks dat precies bij uw behoeften past. KDE Plasma biedt tal van mogelijkheden voor zowel nieuwe gebruikers als gevorderde gebruikers. En naast de Plasma-desktopomgeving biedt KDE ook veel veelgebruikte toepassingen. Bekijk de pagina "KDE voor U" om te ontdekken hoe KDE-toepassingen en andere vrije en open-source software aan uw behoeften kunnen voldoen, of u nu een creatieveling, gamer, student of wetenschapper bent, en nog veel meer.
Fase 2. Vooraf aan installatie-evenementen
In dit hoofdstuk gaan we in op het samenstellen van FOSS-teams en op enkele manieren om een evenement voor te bereiden en te promoten, voordat u zich plotseling in een zaal bevindt vol nieuwsgierige en nerveuze nieuwe gebruikers.
Andere FOSS-engelen vinden
Als er geen Linux gebruikersgroepen of Linux-Cafés in uw omgeving zijn (zie het volgende deel), dan is dat jammer, maar ook een mogelijkheid: u kunt er een starten!
In het kader van het „Opt Green“-project van KDE Eco hebben we contact gehad met talrijke organisaties en personen die ondersteuning bieden op het gebied van FOSS. Eén verhaal in het bijzonder is het vermelden waard. Om een lokaal team van FOSS-engelen4 op te zetten, organiseerde een groep in Duitsland een informatiebijeenkomst in het plaatselijke stadhuis. Er kwamen zo’n 100 mensen op af! Ze bespraken de kwesties rond het einde van de levensduur van Windows 10 (zie deel II voor een overzicht van de milieueffecten) en vroegen het publiek (a) wie er geïnteresseerd zou zijn in het zelf installeren van FOSS en (b) wie er geïnteresseerd zou zijn in het helpen van anderen daarbij.
Naar aanleiding van dit evenement hebben ze een team van 20 vrijwilligers samengesteld, die gedurende enkele weken bij elkaar kwamen voor pizza en bier om ervaring op te doen en samen problemen op te lossen. Ook hielden ze geïnteresseerde toehoorders op de hoogte van hun activiteiten. Toen het ondersteuningsteam eenmaal klaar was, organiseerden ze verschillende installatie-evenementen, waarbij ze in slechts een paar maanden tijd meer dan 40 apparaten hebben geüpgraded naar FOSS. Gezien het succes van dit initiatief zijn ze nu van plan een Linux Café in hun regio te organiseren om doorlopende ondersteuning aan hun gemeenschap te bieden!
Door dit geweldige voorbeeld te volgen, kunt u ook een FOSS-krachtteam oprichten in uw omgeving!

Als u dit idee aanspreekt, maar het gevoel hebt dat u in een FOSS-woestijn woont, vergeet dan niet dat bijdragers aan FOSS-projecten over de hele wereld verspreid zijn. Het is echt een wereldwijd netwerk. Als u op zoek bent naar gelijkgestemden, kunt u overwegen om rechtstreeks contact op te nemen met een project en te vragen of er bijdragers in uw omgeving wonen die graag zouden willen helpen, of dat zij iemand kennen die dat zou willen doen. Zoek een mailinglijst of chatroom, stel uzelf voor en laat de gemeenschap weten waar u in geïnteresseerd bent. FOSS-teams staan over het algemeen open voor nieuwe mensen die interesse tonen in hun werk, en u zult waarschijnlijk vrij snel feedback krijgen.
Het opzetten van een Linux- of Repair Café vergt meer werk dan het organiseren van een evenement, maar is de moeite zeker waard vanwege de blijvende ondersteuning. Hieronder vindt u enkele bronnen met informatie over hoe u er een kunt opzetten:
- Repair Café International biedt zeer nuttige informatie op de webpagina’s “Starten” en “Linux Repair Café”.
- Restart Project heeft een “Einde van Windows 10: een toolkit voor lokale reparatiegroepen” samengesteld.
Het organiseren van het eerste van vele installatie-evenementen of het opzetten van een Repair Café is heel goed te doen. Veel mensen zoals u lopen hierin voorop! Laat u niet ontmoedigen als de belangstelling in het begin nog gering is. Het kost tijd en energie om een gemeenschap op te bouwen.
Meedoen aan een organisatie
Waarom zou u helemaal vanaf nul beginnen als er misschien al een gemotiveerde groep actief is in uw omgeving? Zo zijn er overal ter wereld bijvoorbeeld reparatie-initiatieven die softwareondersteuning bieden, Linux-gebruikersgroepen, CryptoParties en nog veel meer. Enkele plekken om mee te beginnen zijn:
- Einde 10 map
- Repair Café Internationaal
- Restart Project
- iFixit repair-café map
- Linux gebruikersgroepen
- CryptoParties
- Studenten en FOSS-verenigingen (zoals de FOSS United Clubs in India)
- IT-winkels die Linux-ondersteuning bieden
Neem contact op en vraag waar ze hulp bij nodig hebben. Wees niet verlegen! Uit ervaring weet ik dat zulke groepen altijd blij zijn met extra helpers. U kunt meedoen door te helpen bij het organiseren van FOSS-installatiefeestjes en promotie-evenementen (zoals bijvoorbeeld Software Freedom Day of Linux Presentation Day), door doorlopende ondersteuning te bieden aan nieuwe gebruikers, fondsen te werven of wat de organisatie verder ook doet om vrije en open-bron-software bij nieuwe gebruikers te promoten en te ondersteunen.
Een installatiefeestje organiseren
Het is de moeite waard om te benadrukken dat de installatie slechts één van de vele stappen is in het migratieproces. Laten we het dus eens vanuit het perspectief van de gebruiker bekijken. De belangrijkste fasen voor een nieuwe gebruiker kunnen er als volgt uitzien:
- Fase 0: kiezen om een FOSS-besturingssysteem te installeren
- Fase 1: hun gegevens beveiligen
- Fase 2: installatie
- Fase 3: vervolgondersteuning krijgen
Door rekening te houden met elk van deze fasen kunt u het beste tegemoetkomen aan de behoeften van een gebruiker: (i) vóór het evenement door middel van effectieve promotie, (ii) tijdens het evenement door ervoor te zorgen dat alles soepel verloopt, en (iii) na het evenement mochten er zich problemen voordoen.
Opmerking: Voor nieuwe gebruikers is het wellicht het gemakkelijkst om eerst platformonafhankelijke FOSS-apps te gebruiken op hun bestaande eigen besturingssysteem, voordat ze een geheel nieuw besturingssysteem installeren. Veel FOSS-toepassingen draaien ook op Windows en macOS. Hieronder vallen (maar zijn zeker niet beperkt tot) de webbrowser FireFox, het mailprogramma Thunderbird, de tekstverwerker LibreOffice, de PDF- en documentviewer van KDE Okular en nog vele andere. Zodra ze vervolgens de overstap maken naar een FOSS-besturingssysteem, zal een deel van de software al vertrouwd zijn!
Waarom een nieuwe gebruiker zou kiezen om (niet) een FOSS-besturingssysteem te installeren
Veel installatiehandleidingen beginnen meteen bij de installatiestap of misschien bij het maken van een back-up van gegevens, maar slechts weinig beginnen met wat de allerbelangrijkste stap is: de beslissing om überhaupt over te stappen op een FOSS-besturingssysteem. Als u inzicht hebt in de motieven van gebruikers om de overstap te maken, kunt u zich beter voorbereiden op voorlichtingsactiviteiten en evenementpromotie.
Veel mogelijke gebruikers zouden er nooit over nadenken om een FOSS-besturingssysteem te proberen. Dit kan voor vele redenen zijn, zoals:
- Ze weten niet dat FOSS-besturingssystemen bestaan
- Ze geloven dat FOSS hun behoeften niet zal voldoen.
- Ze denken dat het te moeilijk is om te gebruiken.
- Ze merken dat hun verouderde software het nog doet, dus waarom zouden ze de moeite nemen.
- Ze hebben gehoord dat veel dingen niet zullen werken.
- Ze zijn bang dat ze geen ondersteuning zullen krijgen als problemen zich voordoen.
- Ze kennen niemand anders die FOSS gebruikt.
En zeker weten ook meer redenen. Het is belangrijk om deze redenen te overwegen om te begrijpen hoe ze het beste kunnen worden aangepakt. Enkele ideeën die misschien helpen:
- Laat zien, niet vertellen! Heb altijd een demo-computer bij de hand die gebruikers kunnen proberen. Dit kan al op het installatie-evenement zijn, of vooraf aan het evenement bij een publieke presentatie of een kraam. Laat gebruikers een apparaat gebruiken en meteen een gevoel geven voor hoe goed het werkt. Velen zijn verrast door hoe gemakkelijk het werkt!
- Het einde van de softwareondersteuning is een uitstekend moment om FOSS als een haalbare optie onder de aandacht te brengen. Wanneer Microsoft of Apple bijvoorbeeld de ondersteuning voor hun eigen software stopzetten—waardoor gebruikers in sommige gevallen schijnbaar geen andere keuze hebben dan nieuwe hardware aan te schaffen—kan FOSS worden gepresenteerd als een manier om dat apparaat in gebruik te houden.
- Omdat de gebruiker misschien toch al een nieuw apparaat gaat kopen, heeft deze optie bijna geen risico (zo lang ze hun gegevens hebben geback-upt). Ze kunnen het proberen zonder geld uit te geven en ze zouden tevreden kunnen zijn met hoe goed het voor ze werkt.
- Als u echt enthousiast bent, overweeg dan om op markten of milieufestivals apparaten te demonstreren waarop FOSS draait en die anders als elektronisch afval zouden worden beschouwd (en neem wat folders mee over de milieuvoordelen van FOSS). Dit alleen al kan behoorlijk overtuigend zijn, vooral wanneer de software sneller en responsiever is dan de software die de persoon momenteel gebruikt.
- Verzamel informatie over de computerbehoeften van een gebruiker en help diegene te beoordelen of een FOSS-systeem geschikt is. Ga bijvoorbeeld na of de gebruiker afhankelijk is van bepaalde eigen software (bijv. Adobe-producten) of externe hardware (bijv. gespecialiseerde laboratoriumapparatuur) die niet (goed) samenwerkt met FOSS.
- Het kan helpen om erop te wijzen dat andere FOSS-toepassingen wellicht aan hun behoeften voldoen—waarbij u benadrukt dat de software niet beter of slechter is, maar gewoon anders dan wat ze gewend zijn. Installeer het en laat ze het eens uitproberen. En vergeet niet: het is prima als ze besluiten dat het alternatief niet bij hen past.
- Ga na welke randapparatuur ze gebruiken, zoals printers en andere externe apparaten, en controleer of deze worden ondersteund. Als dat niet het geval is, maak dat dan duidelijk aan hen.
- Leg uit waarom updates belangrijk zijn om beveiligingslekken te verhelpen, en waarom dit voor alle software geldt.
- Geef nieuwe gebruikers waar mogelijk concrete voorbeelden. Er is soms media-aandacht voor het probleem van beveiligingskwetsbaarheden in software. Zo heeft het Duitse Federale Bureau voor Informatiebeveiliging (BSI) tips gepubliceerd over wat gebruikers kunnen doen vóór het einde van de levensduur van Windows 10, waaronder het installeren van Linux.
- Maak een lijst van plaatsen in de buurt die ook buiten het evenement om ondersteuning bieden. Kijk bijvoorbeeld naar de plaatsen die bij End Of 10 worden vermeld, of neem contact op met andere lokale organisaties en onafhankelijke computerwinkels die ondersteuning voor vrije en open-source software (FOSS) bieden. Geef deze lijst voor en na het evenement aan de gebruikers.
- In plaats van u op individuen te richten, kunt u uw evenement beter aan groepen potentiële gebruikers tegelijk promoten. Benader bijvoorbeeld een school, een milieu- of politieke groep, een collectief, een woongemeenschap, enzovoort, en bied aan om een evenement te organiseren of een cursus te geven. Het migreren van meerdere gebruikers die regelmatig contact met elkaar hebben, helpt bij de informele ondersteuning na de installatie van een nieuw besturingssysteem.
- Hier is een voorbeeld van hoe KDE samenwerkte met de Kaapverdisch-Amerikaanse gemeenschapsontwikkelingsorganisatie in Rhode Island om ongebruikte apparaten te upgraden: "Deze computers zouden bijna op de vuilnisbelt belanden. Tieners geven ze gratis nieuw leven. Zo doen ze dat."
- Hier is een voorbeeld van hoe KDE Eco samenwerkte met een school in Hannover en een lokaal bedrijf dat hardware doneerde om leerlingen van de negende klas te leren over de milieuvoordelen van FOSS: "The Academy of Games".
- Denk na over de vele voordelen van overstappen op FOSS en communiceer dat duidelijk aan nieuwe gebruikers. De website van Einde 10 heeft een lijst met 5 redenen om je oude computer op te waarderen naar Linux. Misschien spreken sommige van die redenen uw doelgroep aan.
- Wees geen fanaticus: respecteer dat gebruikersvrijheid ook betekent dat gebruikers andere keuzes kunnen maken dan u!
Dit zijn slechts enkele ideeën. Heeft u er meer? Neem dan gerust contact met ons op, dan kunnen we ze toevoegen aan toekomstige versies van dit handboek.

Locatie, logistiek en bereik
Zodra u en uw team van FOSS-engelen er klaar voor zijn en u ideeën hebt over hoe u het evenement wilt promoten, is het tijd om de details te gaan regelen. Hier is een lijst met een aantal belangrijke aspecten waar u rekening mee moet houden:
- U hebt een locatie en alle benodigde spullen nodig. Voorbeelden van plekken die mogelijk gratis ruimtes aanbieden zijn bibliotheken, buurthuizen, cafés, kerken, enz. Controleer of het gebouw toegankelijk is en of er toiletten zijn, evenals internet (optioneel) en stopcontacten (niet optioneel). U hebt ook verlengsnoeren, stekkerdozen, FOSS-compatibele USB-sticks en eventueel dvd's nodig. Het is leuk om eten, drinken, stickers, knuffels van pinguïns en gnoes, FOSS-handleidingen en ander materiaal mee te nemen om nieuwe gebruikers aan te moedigen en te motiveren.
- Een USB wifi-dongle is handig als het apparaat na de installatie geen verbinding met internet kan maken. Dit probleem komt vaak voor bij Apple-laptops met de bedrijfseigen Broadcom-driver en kan ook bij Windows-apparaten voorkomen. Mocht u zich in zo'n situatie bevinden, dan is een USB wifi-dongle handig om, indien beschikbaar, achteraf de benodigde drivers te installeren.
- Stel een gedragscode (Code of Conduct, CoC) op voor vrijwilligers en deelnemers. Zorg ervoor dat iedereen hiervan op de hoogte is en dat er een plan is voor het omgaan met overtredingen. Een voorbeeld van een CoC uit de FOSS-gemeenschap is te vinden in de KDE-gemeenschap, en er zijn nog veel meer voorbeelden te vinden met een snelle online zoekopdracht.
- Bazuin het rond, online en offline. Als u vrijwilligerswerk doet voor een organisatie, vraag dan wat zij doen aan voorlichting. Hang posters op in uw buurt en op uw universiteit, kantoor, bibliotheek, supermarkt, buurthuis; print flyers en folders en deel ze uit; plaats berichten over het evenement op sociale media. Neem ook contact op met milieu- of mensenrechtenorganisaties (ook al zijn ze niet technisch georiënteerd). Elektronisch afval en geplande veroudering zijn direct relevant voor beide groepen en ze kunnen het evenement zelfs promoten (zie hier voor een voorbeeld in Graz, Oostenrijk).
Lokale media zijn een effectieve manier om mensen in uw regio te bereiken. Plaats een advertentie in uw lokale krant, schrijf naar lokale journalisten, neem contact op met lokale radiostations, podcasts en andere organisaties met een groot bereik. Dit is met name effectief als uw outreach een verhaal heeft dat goede media-aantrekkingskracht heeft, zoals het einde van de ondersteuning voor Windows 10 of wanneer u samenwerkt met milieu- of maatschappelijk georiënteerde gemeenschappen.
En vergeet niet: nodig hele groepen en gemeenschappen uit, niet alleen individuen. Het is makkelijker om netwerkeffecten te overwinnen en steun te krijgen als uw sociale kring FOSS gebruikt!
Gebruikersgegevens veilig stellen: vóór of tijdens het evenement?
Voordat u iets installeert, is het van cruciaal belang om een reservekopie te maken van alle gegevens op het apparaat. Dit is zo belangrijk dat we het nogmaals benadrukken: het is van cruciaal belang om een reservekopie te maken van alle gegevens voordat u iets installeert. Sla deze stap niet over!
Reservekopieën kunnen zowel vóór als tijdens het evenement worden gemaakt. In beide gevallen moet uw communicatie duidelijk maken wat u verwacht. Het nadeel van het maken van reservekopieën vóór het evenement is dat sommige gebruikers mogelijk niet weten hoe ze dit moeten doen en daarom niet komen. Het nadeel van het maken van reservekopieën tijdens het evenement is dat het maken van reservekopieën van gebruikersgegevens veel tijd in beslag kan nemen. Zorg er in beide gevallen voor dat bezoekers weten wat u van hen verwacht voordat ze arriveren..
In het Opt Green-project hebben we gezien dat veel mensen oude apparaten bewaren als archief van hun gegevens, zonder te beseffen dat de gegevens veilig op een externe schijf kunnen worden opgeslagen, waardoor het apparaat voor andere doeleinden beschikbaar komt. Misschien wilt u een tafel op uw evenement neerzetten speciaal voor het maken van reservekopieën van gebruikersgegevens. Dit kan de drempel verlagen voor nieuwe gebruikers, zonder dat het tijd kost voor degenen die hun gegevens al vóór het evenement hebben veilig gesteld. En aangezien u waarschijnlijk meerdere evenementen organiseert, kunnen ze naar het volgende evenement komen om hun nieuwe besturingssysteem te installeren.
Fase 3. Tijdens installatie-evenementen
Laten zie, niet vertellen
Nog beter dan een nieuwsgierige gebruiker te vertellen wat FOSS kan, is het te laten zien. Zorg dat er een demo-computer klaarstaat of start op in een live-omgeving (maar let op dat er niets permanent wordt geblokkeerd bij het opstarten vanaf een USB-schijf, zoals kan gebeuren met Windows Bitlocker; zie hier). Soms kan alleen al het zien van een computer waarop FOSS draait, misvattingen wegnemen. Zodra ze zien dat FOSS werkt zoals je van elk modern besturingssysteem zou verwachten, verdwijnen veel angsten snel.
Gebruik waar mogelijk vertrouwde interfaces. Wat betekent dat? Als software bijvoorbeeld via een grafische gebruikersinterface (GUI) geïnstalleerd kan worden, gebruik die dan en niet de commandoregel. Voor veel nieuwe gebruikers versterkt de commandoregelinterface alleen maar het idee dat FOSS (Free and Open Source Software) voor experts is. Als u per se iets via de commandoregel moet doen, leg dan uit dat dit niet nodig is of vraag of ze er meer over willen leren. De meeste gebruikers zijn op zoek naar de eenvoudigste manier om iets voor elkaar te krijgen. Geef ze die!

De computerbehoeften van een gebruiker leren kennen
Voordat u iets installeert, is het belangrijk om de behoeften van de persoon die u helpt te leren kennen en uit te leggen hoe FOSS (Free and Open Source Software) verschilt van of juist overeenkomt met bestaande software. Laat ze FOSS uitproberen in een live omgeving of op een demo-computer. Ontdek wat een gebruiker precies wil doen. Voor veel gebruikers is dit misschien niet eens duidelijk. Daarom hebben sommige evenementen korte vragenlijsten die gebruikers samen kunnen invullen. Zie hier voor links naar enkele voorbeeldformulieren, waaronder formulieren voor het verzamelen van hardware-informatie. Afhankelijk van hoe technisch het formulier is (en zeer technische formulieren kunnen bezoekers afschrikken), vult u deze formulieren samen met de gebruiker in. Enkele algemene vragen zijn: Hoe oud is hun computer? Wat willen ze ermee doen? Welke software hebben ze nodig of gebruiken ze regelmatig?
- De behoeften van een gebruiker worden vaak bepaald door zijn of haar werk of studie, wat onoverkomelijke obstakels kan opleveren. Als je een bepaald computerprogramma nodig hebt en het draait alleen op een niet-FOSS besturingssysteem, is het moeilijk of zelfs onmogelijk om over te stappen. Het is belangrijk om je bewust te zijn van deze obstakels voordat u het besturingssysteem van een gebruiker wijzigt. U wilt immers niet dat iemand niet meer kan doen wat hij of zij met de computer moet doen voor het werk!
- Voor sommige bedrijfseigen toepassingen is mogelijk een webversie van de software beschikbaar (Microsoft Word heeft bijvoorbeeld ook een webversie). Onderzoek deze opties, want dit kan de overstap naar een ander besturingssysteem vergemakkelijken. Er zijn ook veel alternatieven voor bedrijfseigen software die mogelijk beter aansluiten bij de behoeften van de gebruiker. Laat deze opties aan nieuwe gebruikers zien. Zoek online naar suggesties.
- In sommige gevallen is het mogelijk om Windows-software op een FOSS-systeem te draaien met behulp van een compatibiliteitslaag zoals Wine of Wine-gebaseerde software zoals Proton voor gaming. Dit is een meer technische oplossing en werkt mogelijk niet in alle gevallen. Wine heeft een database met software waarvan bekend is dat deze werkt, en Proton heeft een vergelijkbare database, maar dan voor games. Gaming op Linux heeft in feite een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Als er gamers op je evenement zijn, laat ze dan weten dat ze veel van hun games op hun nieuwe besturingssysteem kunnen spelen. Er zijn zelfs distributies die specifiek voor gaming zijn ontwikkeld.
Gebruikersgegevens veilig stellen
Zie hierboven voor informatie over het maken van reservekopieën van gegevens vóór of tijdens het evenement. De meest eenvoudige manier om een reservekopie van gegevens te maken, is door de gegevens handmatig te kopiëren en te plakken naar een externe schijf. Een andere optie is om SSD-schijven aan te bieden ter vervanging van de HDD en de oude schijf te bewaren als reservekopie van het volledige systeem. Repair Café Hilpoltstein heeft een handleiding (in het Duits) over hoe dit te doen.
Als u voor een non-profitorganisatie werkt, kunnen er problemen ontstaan met de verkoop van SSD's tijdens het evenement. Sommige vrijwilligers hebben ons verteld dat ze de SSD's tegen kostprijs verkopen en de gebruikers een bon geven om juridische problemen te voorkomen. Informeer u eerst goed voordat u dit doet.
Er wordt vaak over het hoofd gezien waar gebruikerswachtwoorden worden opgeslagen. Vraag gebruikers of ze het weten. En misschien weten ze het niet! Veel browsers slaan wachtwoorden op, dus het is misschien verstandig om ook een back-up van die gegevens te maken, voor de zekerheid.
Als een gebruiker een reservekopie van zijn gegevens in de cloud heeft, kan deze ook worden gebruikt om zijn gegevens naar het nieuwe systeem te migreren. Hoewel u wellicht een mening hebt over de platformen die anderen gebruiken, is dit waarschijnlijk niet het moment om een debat aan te gaan over privacy en dergelijke. Gebruik wat zij gebruiken en bied aan om henalternatieven te laten zien als ze geïnteresseerd zijn.
Een FOSS besturingssysteem installeren
Zorg ervoor dat alle gebruikersgegevens een reservekopie hebben en veilig zijn opgeslagen voordat u iets anders doet. Het is ook belangrijk om voorafgaand aan het evenement een disclaimer te publiceren, bijvoorbeeld:
- Dit is vrijwillige hulp om nieuwe gebruikers te tonen hoe ze zichzelf kunnen helpen.
- Er wordt geen contract gesloten.
- Apparaten en gegevens kunnen breken wanneer u ze aanraakt.
- Deelnemers zijn verantwoordelijk voor hun eigen apparaten en hebben reservekopieën van hum gegevens.
Tip: Het is altijd verstandig om eerst toestemming te vragen voordat u iemands computer aanraakt! Idealiter hoeft u het apparaat niet aan te raken, omdat de gebruiker met jouw begeleiding alles zelf kan leren.
De disclaimer kan mondeling worden voorgelezen, maar het is ook verstandig om deze schriftelijk en met een handtekening vast te leggen voordat u iets installeert. Als u denkt dat ze nodig zijn, zijn er juridische documenten beschikbaar via reparatie-initiatieven en The Linux Document Project. Neem contact op met de relevante autoriteiten om er zeker van te zijn dat deze documenten juridisch bindend zijn.
Het installatieproces bestaat doorgaans uit deze 3 stappen:
- Zorg voor een op te starten USB-stick of dvd.
- Ga naar de BIOS en start op vanaf het apparaat.
- Installeer het besturingssysteem
Er zijn talloze online handleidingen voor alle distributies over hoe je een opstartbare schijf kunt voorbereiden. Er is ook platformonafhankelijke software om de schijf voor te bereiden, zoals Fedora Media Writer en Rufus. Het controleren van het gedownloade ISO-bestand of de image vereist een paar extra stappen, maar we raden aan dit te doen om er zeker van te zijn dat het bestand niet beschadigd is en dat het de door de ontwikkelaars bedoelde software is.

Om in de BIOS of het opstartmenu te komen, moet u tijdens het opstarten een bepaalde toets ingedrukt houden (meestal F2, F10, F12, Esc, enz. voor Windows-apparaten en de Option-toets voor Apple-apparaten). U kunt dan de schijf selecteren waarvan u wilt opstarten. Zie hier voor een tabel met apparaten en toetscombinaties die nodig zijn om de BIOS of het opstartmenu te openen.
We raden aan om op te starten in een zogenaamde live-omgeving. Hiermee kan een gebruiker de software op zijn of haar eigen apparaat uitproberen voordat er iets wordt geïnstalleerd (zorg ervoor dat Bitlocker is uitgeschakeld op een Windows-apparaat, of zorg dat u een Bitlocker-herstelsleutel bij de hand hebt voor het geval de gebruiker buitengesloten raakt van zijn of haar systeem). In de live-omgeving is het een goede gelegenheid om de wifi, webcam, enz. te testen om er zeker van te zijn dat alles direct werkt voordat de installatie begint. Als iets niet werkt, is dit eenindicatie dat er na de installatie extra stappen nodig zijn. Zelfs als alles in de live-omgeving werkt, is dit echter geen garantie dat het ook na de installatie zal werken.
Tijdens de installatie is het nodig om een nieuwe gebruikersnaam, wachtwoord, enz. aan te maken. Laat de gebruiker deze gegevens op een briefje schrijven. Sla deze stap niet over. Een veelvoorkomend probleem na de installatie is het vergeten van het nieuwe wachtwoord, en soms zelfs de gebruikersnaam!
Het FOSS-besturingssysteem gebruiken
Op dit punt wilt u de gebruiker laten zien hoe hij of zij dingen moet doen in het nieuwe besturingssysteem. Enkele tips voor het gebruik van het nieuwe systeem:
- Het navigeren door hun nieuwe systeem, zoals het toepassingenmenu, het softwarecentrum, het aanpassen van het volume, printerbeheer, enzovoort (het helpt om ze dit zelf te laten doen en ze vragen te laten stellen).
- Toepassingen installeren of verwijderen
- Het systeem en de toepassingen bijwerken (het voltooien van deze actie kan enige tijd in beslag nemen).
- De reservekopiegegevens van de gebruiker kopiëren naar het nieuwe besturingssysteem (het voltooien van deze actie kan enige tijd duren)
- Optioneel: Automatische reservekopiesoftware instellen met hun externe harde schijf (dit kan enige tijd in beslag nemen).

Het kan helpen om te demonstreren hoe het installeren van software verschilt van hun vorige systeem. In tegenstelling tot fabrieksmatige besturingssystemen, worden het installeren en verwijderen van toepassingen, evenals elementen voor software bijwerken, doorgaans gedaan met een software- of pakketbeheerder. Leg uit dat dit de aanbevolen manier is om software te installeren en bij te werken in het FOSS-ecosysteem.
Fase 4. Na na de installatie-evenementen
Hoewel we dit hier slechts kort zullen behandelen, onderschat het belang van het bieden van nazorg niet. De installatie zelf kan soepel verlopen, maar wennen aan het nieuwe besturingssysteem vereist in veel gevallen extra hulp, zoals:
- Ze hebben specifieke softwarebehoeften (bijv. toepassingen die ze voor hun werk gebruiken, belastingsoftware) en hebben extra begeleiding nodig.
- Ze hebben randapparatuur (bijv. printers, scanners) die niet lijkt te werken met hun nieuwe besturingssysteem.
- Het bijwerken lijkt hun systeem te hebben ontregeld.
- Hun bootloader lijkt defect te zijn (wat helaas maar al te vaak voorkomt bij dual-boot-systemen).
In sommige gevallen zijn deze problemen eenvoudig op te lossen, maar het vereist kennis die een nieuwe gebruiker mogelijk niet heeft. In andere gevallen kan het meer werk en tijd van de helper vergen.
Wat betreft de specifieke softwarebehoeften van een gebruiker, is het ideaal dat deze worden vastgesteld voordat er iets wordt geïnstalleerd; desondanks is het gemakkelijk om iets over het hoofd te zien en zullen niet alle gebruiksscenario's altijd aan bod komen tijdens een consult voorafgaand aan de installatie. Wees voorbereid om nieuwe gebruikers te helpen wanneer deze onverwachte problemen zich voordoen.
We raden aan om regelmatig FOSS-consultatie-uren te houden (bijvoorbeeld eens per week of eens per maand), indien u daartoe de mogelijkheid heeft. Door nieuwe gebruikers te laten weten dat ze er niet alleen voor staan als er problemen ontstaan, kunnen we de drempel voor adoptie aanzienlijk verlagen.
Als u meerdere evenementen organiseert, laat de gebruikers dan weten wat de datum en tijd van de volgende evenementen zijn. Als er andere organisaties in uw omgeving zijn die FOSS-ondersteuning bieden, al dan niet tegen betaling, maak dan een lijst en geef deze aan de deelnemers van uw evenementen.
Vergeet niet te laten zien hoe ze zichzelf ook kunnen helpen. Er is een overvloed aan online bronnen, en hoewel deze niet voor iedereen geschikt zijn (veel gebruikers willen gewoon dat hun computer werkt en zijn niet bereid om forumberichten door te lezen, laat staan een account aan te maken om een vraag te stellen), zullen er deelnemers zijn die baat hebben bij de wetenschap dat er online hulp beschikbaar is. Maak een lijst van de forums en mailinglijsten die relevant zijn voor hun nieuwe besturingssysteem.

Voor online ondersteuning is het handig om een werkmethode voor het oplossen van problemen te demonstreren. Deze werkmethode omvat:
- Zorg altijd voor een recente reservekopie. Als er iets misgaat, maakt een reservekopie het veel gemakkelijker om opnieuw te beginnen zonder risico op gegevensverlies.
- Lees de foutmeldingen. In veel gevallen bevat de foutmelding cruciale informatie voor het oplossen van een probleem.
- Zoek online naar oplossingen. Het kan soms helpen om de foutmelding samen met "opgelost" in een zoekmachine te plakken om sneller een oplossing te vinden.
- Lees de forumberichten. Probeer niet zomaar terminalopdrachten te kopiëren en te plakken. Lees eerst het hele bericht om te zien of de voorgestelde oplossingen daadwerkelijk hebben geholpen voordat u zelf iets probeert.
- Plaats uw probleem op een forum. Zoek het juiste forum, voeg informatie toe over het systeem (software, versie, hardware, acties die het probleem hebben veroorzaakt zodat anderen het kunnen reproduceren, eventuele foutmeldingen) en wees vriendelijk en dankbaar. Sommige mensen kunnen onbeleefd overkomen – we hebben het tenslotte over internet – maar laat u zich daardoor niet ontmoedigen. Veel meer mensen zullen geduldig en behulpzaam zijn. Richt uw energie op hen!
Sommige mensen bieden extra ondersteuning aan tegen een uurtarief buiten de evenementen om. Als u een helper bent en besluit dit te doen, zorg er dan voor dat u op de hoogte bent van eventuele juridische problemen die dit met zich mee kan brengen en dat de organisatie achter het evenement ermee instemt.
Aanvullende hulpbronnen
Organiseer een installatie-evenement
Meer informatie is te vinden op New User Support Awesome List.
- Hoe organiseer ik een installatiefeest? -- Korte handleiding voor het organiseren van een installatiefeest, uit de FAQ van de Eind 10-campagne (2025)
- Umstieg auf Linux -- Voorbereiding op een Linux-installatieparty, van LUG Villingen-Schwenningen e.V. (German) (2025)
- Offene Linux-Werkstatt -- Gidsen om te beginnen met Linux, van Repair-Café Hilpoltstein (German) (2025)
- Fedora Wiki "InstallParty" -- Organiseren van een installatie-evenement, van de Fedora Linux community (2019)
- Linux Installfest HOWTO -- Richtlijnen voor het succesvol organiseren van een installatieparty, van The Linux Documentation Project (2012)
FOSS op andere apparaten
In deze handleiding hebben we ons gericht op pc's, maar veel andere apparaten kunnen ook worden opgewerkt naar FOSS. In sommige gevallen is de vrije en open source software (FOSS) nog volop in ontwikkeling (bijvoorbeeld Linux op smartphones) en voldoet deze mogelijk niet aan de behoeften van veel gebruikers. Let op! U kunt echter de spannende wereld van FOSS op andere apparaten verkennen. Hier zijn enkele voorbeelden:
- Smartphones & Tablets
- Linux: postmarketOS, mobian, Plasma Mobile, Ubuntu Touch, Phosh
- Android afgeleiden: Replicant, lineageOS, e/OS
- Thuisserver (FreedomBox voor bestandssynchronisatie, chat, e-mail en media)
- Home automation (Home Assistant, zit in FreedomBox)
- Smart TV's (Kodi, Jellyfin, Plasma Big Screen)
- E-book readers (KOReader)
- Garagedeuropeners (OpenGarage, ratgdo)
Er zijn zeker nog andere spannende projecten om uw digitale leven volledig FOSS en onafhankelijk te maken. De wereld van vrije en open source software is enorm.

Probleemoplossing
Hieronder vindt u een aantal algemene bronnen voor het oplossen van mogelijke problemen. Deze lijst is geenszins volledig en richt zich op basisoplossingen (bijv. het gebruik van een grafische gebruikersinterface in plaats van een commandoregelinterface). Als u specifieke problemen heeft, raadpleeg dan de bovenstaande werkmethode voor een basisgids voor het online zoeken naar oplossingen.
- Linux wordt niet geïnstalleerd
- Bitlocker
- NVIDIA-stuurprogramma's installeren op Linux: een uitgebreide handleiding
- Hoe een printer in Linux in te stellen
- Problemen met Linux oplossen: een beginnershandleiding
- Problemen met Linux oplossen: tips voor nieuwe gebruikers
- Problemen met Linux oplossen: een handleiding voor nieuwe gebruikers
Financieringsopmerking
Het Opt Green-project van KDE Eco werd gefinancierd door het Federaal Milieuagentschap en het Federaal Ministerie voor Milieu, Klimaatactie, Natuurbehoud en Kernveiligheid (BMUKN). De middelen werden beschikbaar gesteld door een besluit van de Duitse Bondsdag.


De uitgever is verantwoordelijk voor de inhoud van deze publicatie.
In 2005, twee jaar nadat de richtlijn in een Europese wet was omgezet, onthulde de Royal Society of Arts in het Verenigd Koninkrijk de „WEEE Man”. Het reusachtige beeld stond oorspronkelijk aan de South Bank in Londen, maar werd later verplaatst naar het Eden Project in Cornwall, waar het momenteel staat. ↩︎
Voorbeeld uit E. Buckman & Joshua Gray, ``A Note On Software'' in Free Software, Free Society (eerste druk). ↩︎
Hoewel "decompilers", die de binaire code terug naar broncode vormen, wel bestaan, is de uitvoer vaak vervormd van het origineel en kan het lastig te begrijpen zijn. ↩︎
We gebruiken de term ‘engel’ in navolging van de terminologie die de Chaos Computer Club in Duitsland hanteert voor vrijwilligers bij hun evenementen. ↩︎